Waar hebben we dit eerder gezien?

Greg Godels (*)

Vijftig jaar geleden bevond het wereldwijde kapitalisme zich in een cruciale periode. De torenhoge kosten van de lange VS-oorlog in Azië veroorzaakte hoge schulden en zette de koppeling tussen de Amerikaanse dollar en goud zwaar onder druk. Als gevolg van het imperialistische bondgenootschap met Israël stelden de olieproducerende landen die zich verzetten tegen de Israëlische bezetting van Arabische gebieden een ongekende en ontwrichtende boycot in.

De hevige concurrentie tussen de dominante Amerikaanse economie en de opverende economieën in Europa en Azië zorgde voor lagere winstmarges. In deze nieuwe situatie bleken de traditionele macro-economische instrumenten onbruikbaar om de problemen aan te pakken. De crisis die hier uit voortkwam werd het tijdperk van stagflatie genoemd: een stagnerende economische groei in combinatie met een hardnekkige inflatie.

Deze stagflatie hield het grootste deel van het decennium aan en eindigde met een shocktherapie, bestaande uit radicale deregulering, privatisering, marktfetisjisme en een bezuinigingsregime dat tegenwoordig door alle gevestigde partijen wordt voorgeschreven.

De crisis van de jaren zeventig vertoont een aantal overeenkomsten met de huidige staat van beroering. Net zoals de oliecrisis van toen is de huidige pandemie een grote schok voor de wereldeconomie. De Amerikaanse economie en de ondergeschikte economieën klampen zich vast aan stimuleringen door de centrale banken, maar deze remedie verliest zijn effectiviteit. Intussen besteden de VS een fortuin aan kostbare buitenlandse avonturen, aan het leger en aan ‘veiligheidskosten’, terwijl zelfs de kleinste existentiële bedreiging ontbreekt. Er is enorm besnoeid op de kosten voor de sociale zekerheid, en de Amerikaanse schuldenlast rijst de pan uit. De grondstoffenschaarste veroorzaakt stijgende prijzen. Zowel de trage groei als de inflatie steken de kop weer op, en het lijkt erop dat deze situatie voorlopig zal aanhouden.

Betekent dit dat we gedoemd zijn om de crisis van de jaren zeventig opnieuw te beleven? Kijken we naar een herhaling? Misschien. Maar misschien ook niet. De tijd zal het leren. Maar het zou dom zijn om de jaren zeventig niet nader te bekijken en hieruit lessen te trekken die misschien van toepassing zijn op de wereld van vandaag.

Centrale banken en financiële goeroes betogen dat inflatie zichzelf corrigeert, maar dit is zelden het geval. In plaats daarvan heeft inflatie de neiging om in een stroomversnelling terecht te komen, omdat alle spelers op de markt proberen om hun achterstand in te lopen en voor te blijven.

In de jaren zeventig gaven de kapitalistische media graag de schuld aan de arbeiders, die meer geld wilden om de stijgende kosten voor het levensonderhoud te kunnen betalen. ‘Inhalige’ vakbonden, welzijnsorganisaties en belangenverenigingen voor ouderen en gehandicapten werden verantwoordelijk gehouden voor het voortduren en het verdiepen van de inflatie.

Cynisch genoeg werd aan iedereen gevraagd om even grote offers te brengen, terwijl het de monopoliebedrijven waren die de prijzen verhoogden en zo aan de basis stonden van de inflatie. Het ‘inlopen van de achterstand’ gebruikten ze als een kans om meer winst te maken. Zogenaamd als reactie op de inflatie verhoogden de dominante bedrijven hun prijzen veel meer dan nodig was om de stijgende kosten het hoofd te bieden, alleen maar om hun winstmarges te vergroten.

Vanwege de hevige concurrentie waren de kleine bedrijven veel minder in staat om hun prijzen te verhogen dan de monopoliebedrijven. Doordat ze concurrerend moesten blijven terwijl de kosten scherp stegen, werden hun winstmarges gedrukt. Vooral zij werden het slachtoffer van de inflatie.

Tegelijkertijd verlaagde de inflatie de waarde van de schulden, met name die van de ondernemingen, terwijl de consumenten te maken kregen met hoge rentetarieven voor hun nieuwe schulden.

Op dit moment slokken de stijgende prijzen de gestegen lonen van de werknemers op, net zoals in de jaren zeventig. Het Bureau of Labor Statistics meldt hierover: ‘Tussen april 2020 en maart 2021 stegen de gemiddelde inkomens met 4,0 tot 7,4 procent ten opzichte van dezelfde maand een jaar geleden. Daarvoor, tussen januari 2017 en maart 2020 varieerde de stijging van het gemiddelde reële wekelijks inkomen tussen de -0,5 tot 2 procent.’ Echter: ‘Het reële gemiddelde weekloon van werknemers (in de particuliere niet-agrarische sector) is van oktober 2020 tot oktober 2021 met 1,6 procent gedaald. In elke maand van april 2021 tot oktober 2021 zijn de reële gemiddelde weeklonen gedaald ten opzichte van een jaar geleden, variërend van -0,8 tot maar liefst -2,6 procent.

Met andere woorden, de reële gemiddelde weeklonen stegen snel als gevolg van het door de pandemie veroorzaakte gebrek aan arbeidskrachten, maar deze groei werd tenietgedaan door vijf maanden van meer dan 5 procent inflatie die in oktober culmineerde in een stijging met 6,2 procent. Hiermee werd een 31 jaar oud record gebroken.

Het zijn niet de lonen van de werknemers die de inflatie aanjagen. Het is iets anders.

In een onthullend artikel in de ‘Wall Street Journal’, ‘Bedrijven grijpen de zeldzame kans aan om de prijzen te verhogen en zodoende hun eigen stijgende kosten te dekken’ wordt de werkelijke oorzaak van de gierende inflatie uit de doeken gedaan. Bijna twee derde van de grote beursgenoteerde bedrijven hebben over 2021 tot dusver meer winst gemaakt dan over dezelfde periode in 2019... Bijna 100 van deze enorme bedrijven hebben winstmarges geboekt die minstens 50 procent boven het niveau van 2019 liggen. De auteurs van het artikel schrijven: ‘De bedrijfsdirecteuren grijpen deze unieke kans om de prijzen te verhogen aan.’

Uit dit leerzame artikel blijkt duidelijk dat het monopoliekapitalisme het voortouw neemt in het maken van woekerwinsten. En het is belangrijk om in te zien dat deze winstneming de inflatie zal blijven aanwakkeren. Opnieuw gebruikt de heersende top van de Amerikaanse economie (het monopoliekapitaal) het maken van een inhaalslag als excuus om winst te maken.

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen. En ook de arbeidersbeweging moet de fouten van de jaren zeventig niet opnieuw maken. Ze moet zich verzetten tegen de prijsstijgingen van de monopolies en niet meegaan met hen die een ‘gemeenschappelijk offer’ bepleiten, zoals destijds met de onnozele ‘Whip Inflation Now’ (‘Geef inflatie ervan langs’)-campagne. De arbeidersbeweging mag haar onbetrouwbare partner, de Democratische Partij, niet volgen op het pad naar het matigen van lonen en uitkeringen. De op de inflatie gerichte matiging van de jaren zeventig maakte de weg vrij voor de loonoffers van de jaren ‘80 en ‘90. van de vorige eeuw.

De werkende klasse moet inzien dat inflatie geen zelf toegebrachte wond is, maar een kenmerk van het kapitalistische systeem, dat gedomineerd wordt door het financierskapitaal. Het kapitalisme moet ingedamd worden door het aanpakken van winstnemingen die de inflatiespiraal aanzwengelen.

Daarnaast moet de werkende klasse ervoor zorgen dat dit ook wordt ingezien door de kleine burgerij. Zo moet voorkomen worden dat deze laag van de bevolking zich massaal wendt tot extreemrechts om een einde aan de plaag van de inflatie te maken.

Het spreekt vanzelf dat deze opdracht een stuk eenvoudiger zou zijn als er in alle kapitalistische landen een sterke communistische beweging was.

Bron: ZZ-blog 26 november 2021, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019