Sociale afbraak en voorwaarden voor opbouw

i-004-008.jpg
Reclame voor beleggingen op een pand in Den Haag. Waar collectieve voorzieningen wegvallen ziet het kapitaal een verdienmodel. (Foto: Roel Wijnants Flickr creative commons)

Jan Ilsink

Tijdens de wederopbouw na WO II werd het belang van een koopkrachtige vraag onderkend. Werknemers werden in de productie niet meer gezien als alleen een kostenpost. Ze werden gekend als consument van producten. Hiermee samenhangend kregen arbeidsverhoudingen een maatschappelijk karakter: werknemers en werkgevers verenigden zich in eigen organisaties die collectieve arbeidsovereenkomsten afsloten.

De krapte op de arbeidsmarkt enerzijds en de ideologische concurrentie met opbouw van de socialistische staten in Europa anderzijds betekenden gunstige voorwaarden om voor de werkenden betere arbeids- en levensvoorwaarden te bereiken. Het ‘poldermodel’ in de opbouw van de verzorgingsstaat was een feit!

Afbouw verzorgingsstaat

In de jaren ‘80 verschoven de machtsverhoudingen tussen werkgevers en werknemers ingrijpend door mechanisering en automatisering van de productie en diensten. De economie, ook in Nederland, had zich inmiddels internationaal ontwikkeld. Globalisering van economie en ‘cultuur’ breidde zich uit. Internationale concurrentie zette de loonontwikkeling onder druk en met de verzwakking en uiteindelijk ineenstorting van de socialistische staten in Europa verdween bij werkgevers de ideologische ‘noodzaak’ nog langer toegevingen te doen. Het poldermodel werd nu een instrument om verworven arbeids- en levensvoorwaarden geleidelijk op georganiseerde wijze af te breken. Het Akkoord van Wassenaar van 1982 (tussen ‘sociale partners’ in de Stichting van de Arbeid met FNV-voorzitter Wim Kok) leidde deze aanval op arbeids- en levensvoorwaarden in.

Akkoord van Wassenaar

De kern van het akkoord was loonmatiging waarmee de vakbeweging akkoord ging mits daar arbeidstijdverkorting tegenover zou staan. Loonmatiging was volgens werkgevers nodig om de gevolgen van de economische crisis te overwinnen, ontstaan door de ‘oliecrisis’ van 1973. Later werd loonmatiging gemotiveerd door toenemende concurrentie als gevolg van privatisering van publieke voorzieningen en uitbreiding vrijhandel (globalisering). Achtereenvolgende kabinetten hebben de ontmanteling van de naoorlogse ‘verzorgingsstaat’ vormgegeven of eraan bijgedragen: eurocrisis, bankencrisis, flexibilisering arbeidsmarkt, uitholling en privatisering van de publieke sector (telecom, post, zorg, enz.), ecologische destructie, aandeelhoudersdenken en recent de toeslagenaffaire. Alles draaide om meer marktwerking zonder dat adequate sturing en regels voor de vrije markt werden opgelegd.

Convenant inzake de arbeidspensioenen, rijp voor de ‘Zuid-as’!,

In 1997 hebben ‘sociale partners’ in de Stichting van de Arbeid een Convenant opgesteld inzake pensioenen. Door afspraken te maken in de Stichting van de Arbeid hoopte de vakbeweging ingrijpen van het kabinet (Kok!!!) in de pensioenregeling te voorkomen. Er worden afspraken gemaakt over veel aspecten van het pensioenstelsel. Kernpunt was net als in 1982 het beheersen van de loonkosten (waaronder pensioenlasten) mede met het oog op de verwachte vergrijzing van de bevolking! De doelstelling van het stelsel werd gehandhaafd dat bij pensionering de dan bereikte levensstandaard kon worden voortgezet: waardevast pensioen van 80% middelloon! Ook wordt bepleit dat meer werknemers toegang krijgen tot de pensioenregeling. Verplichtstelling in een bedrijfstak of bedrijf van deelname aan een pensioenfonds wordt weliswaar bevestigd, maar wel met uitzicht op verruiming van de vrijstellingsrichtlijn. De werkterreinen van pensioenfondsen en pensioenverzekeraars worden afgebakend.

Wet Toekomst Pensioenen

Zag het Convenant van 1997 er nog ‘onschuldig’ uit. Met de ‘kennis van nu’ uit het wetsontwerp Toekomst Pensioenen (dat bij de Raad van State is ingediend) kunnen we vaststellen dat vele elementen uit deze wet reeds in het Convenant aan de orde kwamen. Ook in dit wetsontwerp zijn premielasten voor werkgevers belangrijk: het stelsel wijzigt van uitkeringsstelsel naar premiestelsel. Dit betekent dat werkgevers zekerheid hebben over de premie die zij betalen, maar dat werknemers onzeker zijn over het pensioen dat dat gaat opleveren: de arbeidsvoorwaarde en daarmee de doelstelling een pensioen van 80% middelloon wordt verlaten.

In de Wet Toekomst Pensioenen worden onomkeerbare stappen gezet op weg naar volledige privatisering en ‘vermarkting’ van de pensioenen: het slechten van het laatste bolwerk van de naoorlogse verzorgingsstaat.

Spaarfonds wordt financiële instelling

En dit terwijl het bestaande pensioenstelsel beter functioneert dan ooit. De middelen in de fondsen om pensioen uit te keren zijn vanaf de bankencrisis van 2008 meer dan verdubbeld. Daarmee kan het doel en de taak van een pensioenfonds om een waardevast pensioen uit te keren uitstekend worden behaald. Maar door achterhaalde en inmiddels absurde politieke regelgeving (alleen met een rendement van 0,2% rekenen) gebeurt dit niet en verliest het aanvullend pensioen vanaf 2008 25% aan koopkracht.

Fondsen maken echter een gemiddeld rendement van 6% waardoor de middelen in de fondsen zijn gegroeid van € 800 in 2008 tot € 1800 miljard nu (anderhalf bnp van Nederland).

Het kabinet en de meerderheid van het parlement transformeren daarmee pensioenfondsen van een ‘spaarfonds voor de oude dag’ naar een financiële instelling, rijp voor de Zuidas’. Staatssecretaris Wiersma maakt in een recente brief aan de Tweede kamer duidelijk dat hij met wetgeving onteigening van de pensioengelden mogelijk wil maken.

Waarheidsvinding

Hoe heeft het zover kunnen komen? Waarom komen de deelnemers aan pensioenfondsen – die pensioen opbouwen of pensioen genieten – niet uit verontwaardiging ‘uit hun stoel’? Waarom eisen werkgevers, altijd erop uit om de ‘loonsom’ te verlagen, geen premieverlaging, en vakbonden geen naleving van de arbeidsvoorwaarde pensioen door indexering van de pensioenen te eisen? Beide eisen zijn eenvoudig realiseerbaar door het enorme rendement dat de fondsen sinds 2008 maken. Waarom blokkeren partijen in de 2e Kamer uitvoering van de arbeidsvoorwaarde pensioen door akkoord te gaan met een absurde ‘rekenrente’? Welke functie hebben toezichthouders (DNB) en (wetenschappelijke) adviesbureaus en ‘denktanks in de transformatie van collectieve, solidaire fondsen tot financiële instellingen?’

Een team van pensioendeskundigen en vakbondskaderleden heeft zich bijna twee jaar lang met deze vragen beziggehouden in de ‘Stichting Pensioentribunaal’. Op afzienbare termijn zullen zij een website lanceren waarop hun ‘waarheidsvinding’ is te volgen. Iedereen, die op een of andere wijze bij de in gang gezette wijziging van het pensioenstelsel betrokken is (geweest), wordt dan uitgenodigd daarop kritiek of aanvullingen te leveren.

Voorwaarden voor opbouw

Maar alleen begrijpen wat er aan de hand is en waarom is onvoldoende. Het gaat er juist om met die kennis de heilloze afbraak te stoppen en het collectieve en solidaire stelsel te beschermen, te herstellen en uit te bouwen. Niet alleen voor een onbezorgde ‘oude dag’, maar ook voor toegang tot gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs, energie, communicatiemiddelen, enz. enz.

Daarvoor is nodig te weten hoe tegenmacht te vormen. Welke strategieën te volgen om krachten te bundelen en eenheid ontwikkelen. Hoe is dit in het verleden gelukt en hoe kan dat vertaald worden naar nu?

In dit stadium van inzicht zal de communistische partij (her)ontdekt worden. Haar bijdrage aan de theorie en praktijk van het vormen van bondgenootschappen om levensvoorwaarden van de bevolking te beschermen en te verbeteren. Bondgenootschappen bieden immers perspectief op eensgezinde strijd en succes!

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019