KLASSIEK EN ACTUEEL

“(…) Temple beschrijft de veel voorkomende epidemieën in Nederland toe aan het meestal vochtige klimaat met de in de zomer ongezonde warmte.(…) Hoewel een blind geloof in de voorzienigheid sommige leden van de stadsregeringen bij het nemen van voorzorgsmaatregelen hinderde, stellen zij toch, zodra een epidemie zich openbaart, ‘pestdokters’ aan, die zij wierven onder de chirurgijns en artsen. Men verschaft hun speciale kleding, die zij aandoen als zij bij een zieke binnengaan, uittrekken als zij er weggaan, en thuis op een stoel leggen die van dan af verdoemd is. Sommige van deze ‘specialisten’ wijdden zich in het bijzonder aan bepaalde ziekten: pokken, ‘kliergezwellen’, ‘kanker’. Wat duidde men nu precies met deze woorden aan? In alle gevallen beperkte de behandeling zich tot elementaire hygiënische maatregelen, toezicht op het verloop van de ziekte en het weghalen van de lijken. In 1655 stichtte de stadsregering te Zwolle, radeloos door de gevolgen van de epidemie, een ‘Pestraad’, die een speciaal gasthuis liet openen. De sterfgevallen, zelfs onder de burgerij, waren zo talrijk dat men de wetten betreffende testamentaire beschikkingen moest wijzigen. De sterke naturen die de ziekte overleefden, waren vaak voor hun leven getekend. (...)”

Uit: Het dagelijks leven in de Gouden Eeuw (deel 1), Paul Zumthor, 1962.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019