Hoe rechts omgaat met de dagelijkse praktijk

i-006-011.jpg
Actie van radicalistische antifascisten. Dergelijke teksten maken het niet makkelijker om mensen voor de strijd van de georganiseerde arbeidersklasse te winnen. (Foto: cantfighttetendies Flickr creative commons)
i-007-014.jpg
Racistische graffiti onder een brug in Texas. (Foto: P.Feller Flickr. Creative commons)

Werner Zimmer-Winkelmann

De grote variatie in rechtse organisaties en spelers laat zien dat er geen sprake is van één samenhangende rechtse ideologie. Dat zo’n gesloten rechtsextremistisch wereldbeeld niet bestaat, maakt de vorming van rechtse allianties juist extra gevaarlijk. Rechtse ideologieën kunnen zich succesvol uitbreiden, omdat ze ook diegenen iets bieden die (nog) niet met elk aspect ervan instemmen. Toch zijn er centrale categorieën die rechtse ideeën met elkaar verbinden en bepalend zijn voor een rechts milieu.

Het effectiefste kenmerk van elke rechtse propaganda is het niets willen weten van feiten en realiteiten. De feitenarme discussie op basis van mythen, meningen, fantasieën en beweringen is onderdeel van elke rechtse argumentatie. De mens wordt beschouwd als een mystiek-biologisch wezen. Uitgegaan wordt van een mensbeeld dat vaak zijn oorsprong vindt in relaties met het dierenrijk. De ongelijkheid van mensen wordt gerechtvaardigd als een onveranderlijke biologische constante. Rechts leidt hieruit vervolgens de ongelijkwaardigheid van mensen, het racisme, af. Deze biologisch bepaalde visie vormt ook de basis voor het minachten van vrouwen en al het vrouwelijke, en het verheerlijken van (mannelijke) kracht. Een mystiek-religieus referentiepunt van alle rechtse discussies is de natie. Natie en samenleving worden als organische en autoritaire complexen aangeprezen en daarin wordt weer de volledige onderwerping van het individu aan de gemeenschap als ‘natuurlijke’ ordening gezien.

Het maatschappelijk doel van het rechtse milieu is het door retorisch en praktisch geweld vernietigen van de publieke en private communicatie- en informatieverbanden die juist bedoeld zijn om een coöperatieve verstandhouding tot stand te brengen. Deze vernietiging dient de uitbreiding van de economische en politieke handelingsruimte van het kapitaal, omdat de aandacht afgeleid wordt van de woede die uit de bestaande omstandigheden groeit, en van het protestpotentieel dat zich maatschappelijk organiseert – los van het feit of de handelende spelers zich van deze functie bewust zijn en dat deze functie het subjectieve doel van hun handelingen bepaalt. (…)

De maatschappelijke ontwikkeling naar rechts kan alleen begrepen worden in samenhang met de maatschappelijke verhoudingen en de ideologische onderbouwing van de macht door burgerlijke wetenschap en publieke discussies. Alle basiselementen van rechtse waarnemingen en ideologieën zijn al in de algemene ideeënwereld van de burgerlijk-liberale machtspraktijk voorhanden. Het rechtse milieu vormt geen zelfstandig, naast de samenleving bestaand milieu, maar is onderdeel van het burgerlijk milieu.

‘Markt’ is uitgangspunt van alle burgerlijk-liberale discussies en wordt beschouwd als eeuwig kenmerk van het menselijk bestaan. De markt wordt gemystificeerd als een zelfstandig handelend iets en in verband gebracht met de op prestaties gebaseerde belofte van vooruitgang. De autoritaire ondergeschiktheid van alle mensen is in de maatschappelijke structuur van het kapitalisme vastgelegd en wordt als voorwaarde voor de anonieme markt (‘marktconforme democratie’) ideologisch gemotiveerd. (…)

De beschrijving van de wereld wordt gereduceerd tot afzonderlijke gebeurtenissen en oppervlakkige fenomenen, tot wat men kan zien en aanraken. De daarachter liggende maatschappelijke algemene samenhangen en voorwaarden worden bewust buiten beschouwing gelaten en zo vakkundig aan de waarneming onttrokken. Misstanden in het kapitalisme worden in beginsel gepersonaliseerd en geïndividualiseerd. Een nihilistisch, berustend mens- en wereldbeeld bepaalt de maatschappelijke discussie. De mens is daarin een gebrekkig wezen en nooit tot rede in staat. (…)

De ontwikkeling van een rechts milieu komt niet voort uit de individuele psyche, maar uit het praktisch leven, dus uit de materiële, sociale en ideologische productiewijze in het kapitalisme. In crisistijden spitsen zich enkel de tegenstellingen toe die in de productiewijze zelf liggen. Aan de gedachten en gevoelens van rechtsgeoriënteerde mensen liggen bijgevolg verhoudingen ten grondslag, die reëel zijn. Ze zijn niet ingebeeld.

Dagelijks ervaren de mensen een zich verscherpende concurrentiestrijd van ieder tegen ieder. Intensivering van het werk en voortdurend stijgende prestatie-eisen doordringen de beroepsactiviteit en daarmee ook de persoonlijke relaties. De tegenstellingen nemen toe, de rijken worden rijker, de armen armer, en heden en toekomst worden onzekerder. In hun dagelijkse praktijk beleven velen de ineffectiviteit van hun wensen en handelingen, omdat het anderen zijn die over echt relevante zaken beslissen. (…) De mensen hebben geen controle over hun bestaan, omdat ze niet zelf beslissen over de wezenlijke aspecten van hun eigen leven. De kapitalistische productiewijze leidt tot reële sociale desintegratie en daarmee bij sociale wezens als de mens, tot echt lijden aan isolatie en vereenzaming. (…)

Na tientallen jaren sluimeren en slechts sporadisch optreden van een rechts potentieel hebben enkele specifieke maatschappelijke gebeurtenissen het offensief en georganiseerd optreden van het rechtse spectrum vergemakkelijkt en ook zichtbaar gemaakt. Deze gebeurtenissen zijn er evenwel niet de oorzaak van dat de maatschappelijke ontwikkeling naar rechts zo’n duw gekregen heeft. De belangrijkste basis voor de ontwikkeling van het rechtse milieu zijn, zoals we gezien hebben, reële alledaagse ervaringen in het kapitalisme en het ideologisch klimaat van de burgerlijk-liberale samenleving. De huidige ontwikkelingssprongen van een rechts milieu zijn evenwel niet denkbaar zonder de financiering met miljoenenbedragen, omdat de verklaringskracht van het traditionele burgerlijk-liberale betoog minderwaardig blijkt te zijn en er een systeembehoudend alternatief nodig is.

Want het ligt hoofdzakelijk aan deze ter beschikking staande hoge geldbedragen en niet aan zijn inhoudelijke overtuigingskracht dat het rechtse verklaringsschema maatschappelijk meer invloed krijgt. Het kundig door professionals uitgevoerde omvangrijke inbeuken op de bevolking, de toenemende penetratie van het wetenschappelijk en mediaal bedrijf met rechts personeel, de journalistieke activiteit op internet en in de mainstream media, en de veelvuldige pr-campagnes behoeven aanzienlijke financiële middelen. Terwijl met deze middelen op grote schaal arbeidstijd en arbeidskracht kan worden ingekocht, moeten de werkelijke tegenstanders van het kapitalisme hun analyses in de avonduren ontwikkelen, omdat ze overdag met andere activiteiten in hun levensonderhoud moeten voorzien. (…)

Ook rechtsgeoriënteerde mensen zijn geen passieve consumenten maar handelende spelers en als zodanig de actieve dragers van maatschappelijke processen. Ze vormen echter geen homogene mensenmassa. Elk afzonderlijk individu begrijpt zijn persoonlijke klassensituatie op basis van zijn persoonlijke kennis, zijn bewustzijn en zijn persoonlijk belangensysteem, zoals dat zich in de loop van zijn actief levensproces gevormd heeft en cognitief en emotioneel toegankelijk is.

In het bewustzijn van elk individu drukken zich zowel de opvattingen van de heersende klasse uit, als ook die gedachten die nodig zijn om zich in de eigen dagelijkse omstandigheden te kunnen handhaven. Deze tegenstrijdigheid zorgt voor tegenstrijdige handelingen en moet zich dan ook direct en indirect weerspiegelen in de zintuiglijk waarneembare (communicatieve) handelingen en in de taaluitingen van de spelers.

Opdat deze tegenstrijdigheden de spelers zelf niet belast en hun actie- en mobilisatievermogen geen schade lijdt, behoeven rechtse verwerkingsvormen dwingend een begripsmatige schimmigheid. Het irrationele geloof, bijvoorbeeld in een ‘Duitse natie’, belooft een gevoelsmatig behoren tot een ‘sociaal verband’ en daardoor het opheffen van sociale desintegratie. Dit geloof kan alleen in stand gehouden worden, omdat nergens in de discussie duidelijk wordt welke alledaagse problemen op welke wijze met welke gevolgen middels ‘natie’ of andere ideeën concreet opgelost moeten worden. (…)

Elke antifascistische strategie moet aansluiten aan de concrete alledaagse ervaring van de individuele persoon. Mensen hebben verschillende klassensituaties en ontwikkelen zich in een verschillend tempo. Op demonstraties van dwarsdenkers staan naast de geschoolde neonazi’s mensen die geen gesloten rechtse ideologie vertegenwoordigen. Bij de gele hesjes in Frankrijk probeerde de burgerlijke berichtgeving steeds om ergens een ‘nazi’ te vinden die als legitimatie zou kunnen dienen om zich in het algemeen vol verontwaardiging van de protesten te distantiëren en om zich niet meer bezig te houden met de oorzaken van het conflict. Een ongenuanceerd naar nazi’s wijzen is evenwel contraproductief.

De boven besproken tegenstrijdigheden zijn niet alleen abstract-maatschappelijk van aard, maar liggen in de individuen zelf. Het zijn aanknopingspunten voor beïnvloeding. De ontwikkeling van een kritisch-rationeel bewustzijn heeft communicatieverbanden nodig, die continuïteit en open gesprekken mogelijk maken. Persoonlijke gesprekken in een persoonlijk kader zouden een bijdrage kunnen zijn om de sociale desintegratie tegen te gaan en samen op zoek te gaan naar verklaringen voor de misère. In een langer interview met een zogenaamde ‘complottheoreticus’ zei deze ter afsluiting: “Dit was de eerste keer dat iemand zich voor mijn mening interesseerde.” Zulke gesprekken hebben echter alleen maar zin met een hoge mate van inlevingsvermogen en met een taal die de samenhangen tussen de maatschappelijke verhoudingen en de altijd individuele levenssituatie concreet benoemen en de schimmigheid opheft (in essentie: de categorie van de ‘klassensamenleving’).

Een van de bittere lessen uit de geschiedenis is dat ter vermijding van het fascisme een bondgenotenpolitiek zelfs met burgerlijke krachten noodzakelijk is. Allianties voor het behoud van de ‘democratie’ vereisen evenwel een nauwkeurige vaststelling waarvoor men zich inzet, als men zich sterk maakt voor burgerlijke ‘democratie’. Niet het behoud van een schimmige parlementaire democratie, maar het behoud van elementaire grondrechten – zoals het recht van vergadering, het recht van de vrijheid van het woord, het recht van vereniging, en de rechtszekerheid – zijn het doel van deze bondgenootschappen en moeten expliciet benoemd worden. Het internet is belangrijk. Vreemdelingenhaat en rechtse ideologie zijn evenwel in de reële wereld ontstaan, dus producten van een actieve praktijk. Het internet maakt het alleen mogelijk deze snel te verspreiden en te verankeren. Omdat bewustzijnsvorming altijd gebonden is aan een concrete activiteit, is de actieve, politieke actie op straat onvervangbaar.

Rechtse ideeën zijn de schreeuw van een mens zonder perspectief, opium in de harteloze wereld van het kapitalisme, uitdrukking van een ‘voortdurende uitputting van utopische krachten’. In elk geval sinds het in verval geraakt kapitalisme geen reëel beschaafd perspectief meer biedt en ook het geloof daarin afbrokkelt, is de ontwikkeling van een overtuigend socialistisch tegenmodel en het offensief aan de orde stellen daarvan onontkoombaar. Anders dan in de debatten van het verleden mag zich dit echter niet beperken tot theoretische discussies en gemeenplaatsen over de algemene attractiviteit van het socialisme. Zonder de formulering van een socialistisch perspectief waarin een toekomstig menselijker bestaan concreet beschreven en voorstelbaar gemaakt wordt, zal de verdere ontwikkeling naar rechts niet tegen te houden zijn.

Bron: Marxistische Blätter 4-2021, pag. 45-53

Vertaling Louis Wilms.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019