Louis de Visser, gezicht van de vooroorlogse arbeidersbeweging in Nederland

i-006-012.jpg
Foto: derde van rechts: Louis de Visser.
i-007-013.jpg
Affiche van CPN ter ondersteuning van Indonesische kameraden. (Foto: Voorwaart)

Johannes Tuci (Voorwaarts)

Louis de Visser was een bijzondere man en één van de grote namen uit de geschiedenis van communisten in Nederland. Wie de opkomst van de Nederlandse arbeidersbeweging wil traceren komt met het leven van De Visser al een heel eind. Van de eerste vakbewegingen tot aan zijn tragische dood in 1945 liep De Visser altijd voorop. Van de NAS tot de SDAP tot de CPN, Louis de Visser maakte het niet alleen allemaal mee, hij was altijd een speler van belang en zette zich onvermoeibaar in voor de klassenstrijd en het verbeteren van de situatie van de arbeiders in Nederland én voor de onderdrukte bevolking van Indonesië.

Louis de Visser werd geboren en getogen in de Gouvernestraat in 1878 in wat nu Rotterdam is. Hoewel dit nu in het centrum van de stad ligt was dit destijds nog een landweggetje in de gemeente Delfshaven, grenzend aan Rotterdam. Het arbeidersgezin waar hij uit kwam had het zwaar en des te moeilijker omdat zijn vader een paar maanden voor zijn geboorte verongelukte en zijn moeder er alleen voor kwam te staan om haar kinderen te voeden. De schoolcarrière van De Visser was van korte duur en hij begon al van jongs af aan bij te dragen aan het huishouden met verschillende baantjes. Na bij allerlei werkgevers te hebben gewerkt, van een bierbottelaar tot vissersschepen, en nadat het gezin naar Den Haag was verhuisd, werd De Visser uiteindelijk glazenwasser. Hoewel hij al in aanraking was gekomen met het socialisme, literatuur had gelezen en bijeenkomsten had bijgewoond, was het als glazenwasser dat De Visser zijn eerste echte stappen in de arbeidersbeweging zette. Hij was medeoprichter van Glazenwassersvereniging ‘Excelsior’ en raakte zo betrokken bij stakingen en bij het Nationaal Arbeidssecretariaat (NAS), een soort vroege radicale vakbond.

Zoals gezegd kun je in zijn leven de opkomst van de arbeidersbeweging in Nederland goed volgen. Zo ook in deze erg vroege geschiedenis van de beweging waar een strijd plaatsvond tussen de anarchisten en de sociaaldemocraten (in die tijd een term ook gebruikt door revolutionaire marxisten en niet te verwarren met de moderne sociaaldemocraten). Louis de Visser stond hierin stevig aan de zijde van de sociaaldemocraten die een arbeidersbeweging wilden opbouwen en tevens streden om de verschrikkelijke situatie van de arbeiders in die tijd te verbeteren. Zo sloot hij zich dan ook in 1899 aan bij de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij (SDAP) en werd hij daar hoofd van de Haagse afdeling. Binnen de SDAP stond hij aan de voet van het blad de Tribune dat eigenlijk de eerste echte voorloper vormt van onze huidige partij, beweging en krant. De Tribune bracht de boodschap van de marxistische stroming binnen de SDAP, tot groot ongenoegen van de reformisten in het parlement en de partijtop zoals Pieter Jelles Troelstra. Dit leidde al spoedig tot de oprichting van een nieuwe partij, de Sociaaldemocratische Partij (SDP), waarvan De Visser tweede voorzitter werd.

Ook in de Eerste Wereldoorlog zette De Visser de toon en hij werd in 1918 zelfs gearresteerd na een betoging tegen de oorlog en de mobilisatie in Nederland. Tegenwerking door de staat en arrestaties waren veel voorkomende gebeurtenissen, een teken van de angst die de status-quo had voor De Visser en zijn kameraden. Ook eerder in zijn leven had De Visser het regelmatig aan de stok gehad met de politie, die het socialisten moeilijk maakte zich te organiseren tegen de macht van het kapitaal, iets dat we ook op de dag van vandaag nog vaak ervaren.

De SDP veranderde in de CPH en later CPN, en De Visser groeide met alle ontwikkelingen mee. Hij werd veel geprezen als een briljante propagandist en goede spreker en dit legde de partij geen windeieren. De partij begon als een kleine splitsing maar wist haar voorhoederol goed op te pakken. Bekende revolutionaire marxisten, zoals dichter en medeoprichter van de SDP, Herman Gorter en astronoom Anton Pannenkoek vervielen in theorie en abstractie, en misten een directe band met de werkelijke arbeidersbeweging . Niet verwonderlijk vervulden zij dan ook later nauwelijks nog een betekenisvolle rol in de Nederlandse beweging. De Visser en medestanders zoals David Wijnkoop daarentegen wisten langzaam maar zeker een groeiende achterban aan zich te binden en het communisme op landelijk niveau op de kaart te zetten.

Toen De Visser in 1925 in de Tweede Kamer kwam en fractieleider werd, kwam zijn charismatische persoonlijkheid dan ook goed van pas. De Visser sprak met felle bewoordingen over allerlei zaken waarover vele anderen, zeker ook de sociaaldemocraten, zich toen stilhielden. Natuurlijk over economie, armoede, klassenstrijd en alle andere communistische thema’s, maar ook al vanaf het begin streed hij tegen het fascisme en de NSB. In het bijzonder is het goed om stil te staan bij zijn tomeloze inzet voor de bevrijding van Indonesië. Zelfs het gebruik van de term Indonesië was toentertijd al bijzonder. Waar anderen het nog steevast over Nederlands-Indië hadden sprak De Visser altijd al over Indonesië en nam hij geen blad voor de mond. Hij noemde ook vrijwel altijd Indonesië expliciet wanneer hij sprak over de strijd tegen het kapitalisme in Nederland. Zo sprak hij in 1933:

“Kapitalisme en communisme staan tegenover elkaar, de eindafrekening nadert. Arbeiders en ambtenaren, de kleine boeren, de ondergaande middenstand, zij zullen het moeten verstaan, allen, die gebukt gaan onder de geselslagen van het kapitalisme — hier en in Indonesië — dat slechts door een massale klasse actie de uitweg uit de crisis mogelijk is. In Nederland en in Indonesië onder de leuze: weg met het kapitalisme en de regering Colijn, onder de strijdkreet: Indonesië los van Holland - nu!”

Als internationalist was voor De Visser altijd helder dat de strijd van de arbeiders hier hand in hand moest gaan met die van de beweging elders. Zoals hij en de partij op de solidariteit konden rekenen van bijvoorbeeld de succesvolle kameraden in de Sovjet-Unie, zo was het volstrekt logisch om ook vanuit de koloniserende macht de strijd van de vrijheidsstrijders in de koloniën te steunen.

Als parlementslid was De Visser anders dan anderen en bezorgde hij de heersende klasse aardig wat koppijn. In zijn jongere jaren was hij een beetje een vechtersbaasje en het moet gezegd worden dat hem beschrijven als een ‘straatvechter’ in de Tweede Kamer niet enkel figuurlijk bedoeld is. Meer dan eens dreigde het in het parlement tot een handgemeen te komen, en in 1934 werd De Visser met veel geweld door de politie uit een vergadering verwijderd omdat hij “Indië los van Holland” zou hebben geroepen toen de koningin binnenkwam.

Helaas is ook na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog het leven van De Visser typerend voor de arbeidersbeweging in Nederland. Wegens zijn bekendheid kon hij zich niet verschuilen en bleef hij dus bovengronds actief in plaats van ondergronds. Onverschrokken sprak hij in mei 1941 in het openbaar op de begrafenis van partijgenoot David Wijnkoop. Een maand later werd De Visser opgepakt en naar een concentratiekamp gebracht. Hij leefde daar de rest van de oorlog en leek het einde daarvan te halen. Helaas werd hij een week voor het einde van de oorlog een van de slachtoffers van een bekende tragische vergissing.

Toen het kamp Neugamme, waar hij vastzat, werd bevrijd hadden de nazi’s deze al ontruimd en grote aantallen gevangenen aan boord van schepen gebracht, samen met een aantal SS'ers. Louis de Visser kwam terecht op het schip de Cap Arcona. Op 3 mei 1945 werden de schepen onder vuur genomen door Britse vliegtuigen en tot zinken gebracht. Door verbranding en verdrinking stierven de meesten, en zij die ontsnapten werden door SS'ers op bootjes of aan de oever doodgeschoten. Slechts een handjevol overleefde het. De reden voor de Britse acties is nooit duidelijk geworden. Het Zweedse Rode Kruis had hen gewaarschuwd en waarschijnlijk had de Britse verkenningseenheid ook laten zien dat er op grote schaal gevangenen werden getransporteerd. De Britse regering zal pas in 2045 de archieven hierover openen.

Het leven van De Visser laat zien wat het betekent om moed te tonen. De moed om als arbeider voor jezelf en anderen op te komen, de moed om je te organiseren en de moed om de strijd boven het eigenbelang te stellen. De moed om te staken, de moed om Indonesië te steunen en de moed om aan revolutionaire politiek vast te houden. Moedig bleef De Visser tot het bittere einde in 1945, maar zijn bijzondere leven blijft tot op de dag van vandaag een inspiratie voor ons.

Bronnen:

Daarnaast zijn ook diverse kranten van de SDP/CPH/CPN zoals De Tribune en De Waarheid geraadpleegd via https://www.delpher.nl/.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019