Zijn rechten ondergeschikt aan klassenmacht?

Eoghan O’Neill en Eoin MacDermott

De bedoeling van dit artikel is om het idee van 'rechten’ onder de aandacht te brengen en om het argument naar voren te brengen dat de communistische beweging geen strategieën moet formuleren in de taal van rechten: onze analyse moet veeleer gebaseerd zijn op klassenmacht.

Als het ons doel is om met onze slogans als onderdeel van bredere campagnes klassenbewustzijn te ontwikkelen, dan brengt de taal van de rechten ons ofwel tot moralistische oproepen voor wat zou moeten zijn, zonder een analyse van een middel om daar te komen, ofwel in de reformistische val van een beroep op de kapitalistische klasse om wettelijke concessies te doen zonder een middel om die met geweld te veroveren. Alleen een analyse van de macht biedt een uitweg uit deze doodlopende weg.

We kunnen ons doel om het bewustzijn van klassenbelangen te bevorderen alleen bereiken door de verdeeldheid, tegenstrijdigheden en uitbuiting van de kapitalistische klasse en het kapitalistische systeem bloot te leggen. Dit kan alleen gedaan worden door betrokken te zijn bij de dagelijkse strijd en een analyse naar voren te brengen die verder gaat dan het onderhavige onderwerp, door mensen te helpen inzien hoe hun onmiddellijke grieven opgelost zouden kunnen worden, en door te laten zien hoe afzonderlijk strijdpunten een gemeenschappelijke wortel hebben met de kapitalistische productiewijze. De centrale vraag die daarom zal worden gesteld is: helpt of hindert de taal van de rechten dit proces?

Rechten zijn morele beginselen of gedragsnormen waaraan in een samenleving gewoonlijk een juridische status wordt toegekend. Zij neigen naar normatieve idealen van wat op een bepaald gebied van menselijke activiteit zou moeten zijn, zoals in het geval van de fundamentele mensenrechten, arbeidersrechten, consumentenrechten, enz. Rechten in een kapitalistische maatschappij dragen het klassenkarakter van die maatschappij in zich. Zij zullen abstracte idealen blijven tenzij zij concreet worden gehandhaafd door instellingen, met andere woorden gesteund worden door institutionele klassenmacht. Zo is bijvoorbeeld het abstracte recht op een huis of op het niet ondergaan van huiselijk geweld niet meer dan mooie praat voor iemand die dakloos is of het zich niet kan veroorloven een situatie van huiselijk geweld te verlaten.

Marx merkte al in 1844 over de kapitalistische klasse terecht op dat “het recht van de mens op vrijheid ophoudt een recht te zijn zodra het in conflict komt met het politieke leven”. De altijd pragmatische kapitalistische klasse is niet half zo naïef als idealistisch links, dat volhardt in het argument van universele rechten als doel en niet als middel om een bepaald doel te bereiken. Voor die klasse geldt dat rechten bevochten of verworpen moeten worden afhankelijk van of die haar klassenbelangen bevorderen of schaden.

Marx gaat in zijn Kritiek op het programma van Gotha (1875) zelfs nog verder in een vernietigende kritiek op rechten, wanneer hij ze beschrijft als dogma's – ideeën die in een bepaalde periode enige betekenis hadden maar nu verouderde verbale onzin zijn geworden – terwijl ze aan de andere kant de realistische visie, die zoveel moeite heeft gekost om de partij bij te brengen maar die daarin nu toch wortel geschoten heeft, weer verdraaien door middel van ideologische onzin over recht en andere prullaria die zo gebruikelijk zijn onder de democraten en Franse socialisten.

Het zou voor de communistische beweging een strategische fout zijn om zich te concentreren op abstracte universele rechten in plaats van op klassenmacht, omdat rechten nu, net als in de tijd van Marx, niet uit zichzelf het conflict in de klassenverdeling van de maatschappij blootleggen. Onder bepaalde omstandigheden kan de bevordering van bepaalde rechten nuttig zijn – zoals in het geval van de bevordering van het recht van arbeiders om deel te nemen aan een politieke staking – maar het moet niet voor elk vraagstuk de basis vormen van onze analyse: de vraag moet altijd terugkeren naar het vraagstuk van de klassenmacht. Wordt die macht bevorderd, en zo ja, is dit de meest effectieve manier om dat te doen?

Het beroep op rechten is diep geworteld in onze samenleving, en het zou een vergissing zijn het belang dat mensen aan rechten hechten in diskrediet te brengen. Massabewegingen die ervoor kiezen zich op rechten te concentreren, worden spontaan georganiseerd ter verdediging van een specifieke kwestie. In alle gevallen is de eis een reactie op lasten of beperkingen die aan mensen in een brede dwarsdoorsnede van de samenleving worden opgelegd.

De vraag voor communisten is of deze bewegingen, of de eisen die zij stellen, een mogelijkheid bieden om de macht van het kapitaal en de kapitalistische klasse te verzwakken of te versterken. Is er binnen hun analyse van een bepaalde kwestie een transformatief element dat kan worden ingebracht om de tegenstrijdigheden in klassenbelangen bloot te leggen en zo gebruik te maken van het spontane element om een duidelijk klassenbewust standpunt naar voren te brengen? Als dat zo is, dan is het steunen van campagnes die gericht zijn op rechten strategisch belangrijk en noodzakelijk.

De uitdaging voor de communistische beweging is echter om ons onmiddellijke doel te verwezenlijken, namelijk het ontwikkelen van klassenbewustzijn. Onze steun aan dergelijke campagnes en bewegingen zal dus een ondersteunende kritiek moeten inhouden op de enkelvoudige focus van de campagne, of tenminste een analyse moeten bieden die verder gaat dan de enkelvoudige en spontane aard van de campagne of eis. (...)

Als we iets kunnen leren van de Right2Water-strijd in Ierland en dat kunnen overbrengen op de huidige en toekomstige strijd, zoals die voor huisvesting, gezondheidszorg of het milieu, dan is het wel dat als we de klassenvijand op zijn terrein bestrijden, – d.w.z. als we proberen ons recht op een huis, het recht op een gratis gezondheidszorg, het recht op een schoon en duurzaam milieu te rechtvaardigen tegenover het recht op eigendom, het recht om te profiteren van een slechte gezondheid, het recht om te profiteren van de plundering en vernietiging van de natuur, en het recht op privébezit van land – dan komen we geen stap verder met onze positie, dan verliezen we alleen onszelf maar in een moeras van eindeloze debatten over moraal, van gedachten en ideeën over gradaties en hiërarchieën van de rechten van het ene deel van de samenleving boven het andere, in de vergaderzalen en instellingen van de kapitalistische staat. (...)

Als het enige wat mensen en bewegingen onder leiding van spontane elementen wordt aangeboden het ‘najagen’ van rechten is, zal dat alleen maar het onjuiste idee versterken dat de manier om sociale verandering te bereiken bestaat uit het organiseren van oproepen aan de heersende klasse, punt voor punt, en hopen dat die ons concessies doet. Door daarentegen de focus te verleggen naar de macht van de klasse, verhogen we de potentiële kracht van een klassenbewuste beweging.

Hoe meer macht de arbeidersklasse heeft, hoe meer eisen zij kan stellen aan de kapitalistische staat, waardoor de tegenstrijdigheden van het kapitalistische systeem toenemen in het stellen van eisen die verder gaan dan rechten, zoals universele basisvoorzieningen, publiek eigendom van huisvesting, nutsvoorzieningen, infrastructuur, financiën, sectoren van industrie, landbouw, enz. die voor het algemeen welzijn moeten worden gebruikt.

Het antwoord op de vraag of de taal van de rechten een hulp of een hinderpaal is voor de communistische beweging hangt altijd af van de omstandigheden. Als het de belangen van de arbeidersklasse bevordert, moeten we niet schromen om die als tactiek te gebruiken, maar nooit als strategie. Als rechten centraal staan in een spontane massabeweging moeten we de mensen altijd tegemoetkomen daar waar ze zijn, in plaats van hen van bovenaf iets op te leggen, zoals bepaalde sekten ter linkerzijde plegen te doen. In plaats daarvan moeten we proberen de grenzen te schetsen van een benadering die gebaseerd is op een beroep op rechten en moeten we helpen inzicht te ontwikkelen in de vraag waarom het opbouwen van klassenmacht in de instellingen van de arbeidersklasse de enige basis is voor progressieve sociale verandering. Dit vergt werk en een oprechte inzet om het onderhavige probleem aan te pakken.

Tenslotte moeten we in onze eigen analyses en slogans de taal van de rechten van het begin af aan verwerpen en ons concentreren op concrete eisen die het evenwicht tussen de klassenkrachten kunnen veranderen.

Bron: Socialist Voice maart 2022; Are rights subordinate to class power? – Socialist Voice

Vertaling: Louis Wilms


Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019