De NAVO en Afrika: een relatie van koloniaal geweld en structurele blanke overheersing

i-003-006.jpg
De verwoesting van een hotel in Mogadishu Somalië waarbij zeker 30 mensen omkwamen. De NAVO gebruikt dit soort geweld als excuus voor haar aanwezigheid terwijl juist haar aanwezigheid er mede de oorzaak van is. Foto: Said Yusuf Warsame/EPA-EFE/ZLV

Djibo Sobukwe

Gelet op de aandacht en ongerustheid in de publieke media over een mogelijke uitbreiding van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), loont het de moeite om te herinneren aan de bloedige geschiedenis van deze organisatie in Afrika. De NAVO werd opgericht in 1949 na de Tweede Wereldoorlog, toen de Afrikaanse landen nog onder het juk van het kolonialisme zaten. In feite waren de meeste van de oorspronkelijke oprichters van de NAVO, zoals het Verenigd Koninkrijk (VK), Frankrijk, Portugal, België en Italië, de voornaamste kolonisatoren van Afrika en waren de Verenigde Staten (VS) de voornaamste organisator en dominante partner van de NAVO. De organisatie werd opgericht als een collectieve verdediging tegen de Sovjet-Unie met de eis in artikel 5 dat elke aanval op één werd beschouwd als een aanval op allen en daarom een gezamenlijke reactie vergde.

Omdat de NAVO opgericht was met het uitdrukkelijke doel om eventuele Sovjetagressie te blokkeren en de verspreiding van het communisme een halt toe te roepen, zou het logisch geweest zijn dat er na de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 geen behoefte meer was aan de NAVO. Sindsdien is de NAVO echter juist uitgebreid van de oorspronkelijke twaalf tot de huidige dertig lidstaten, waarvan er veel Oost-Europese landen zijn, voormalige Sovjetrepublieken en bondgenoten van het Warschaupact. Vandaag de dag is de NAVO een reusachtige as geworden in het wiel van het militair-industrieel complex dat wordt gecontroleerd door het VS-imperium met het oog op een algehele mondiale dominantie, aangedreven door de meedogenloze vraatzucht van het ondernemingskapitaal.

Koloniaal Afrika als NAVO-basis

Walter Rodney (How Europe Underdeveloped Africa, 1972) beschrijft accuraat het vroegste fundament van koloniaal Afrika's relatie met de NAVO, die tot op de dag van vandaag voortduurt: "Onnodig te zeggen dat in de jaren vijftig, toen de meeste Afrikanen nog koloniale onderdanen waren, zij absoluut geen controle hadden over het gebruik van hun grond voor militaristische doeleinden. Vrijwel geheel Noord-Afrika werd omgevormd tot een operatiegebied voor de NAVO, met bases gericht op de Sovjet-Unie. Er had zich gemakkelijk een nucleaire oorlog kunnen ontwikkelen zonder dat de Afrikaanse volkeren daarvan op de hoogte waren. De koloniale mogendheden hielden in het begin van de jaren vijftig zelfs militaire conferenties in Afrikaanse steden als Dakar en Nairobi, waarvoor zij de blanken van Zuid-Afrika en Rhodesië en de regering van de VS uitnodigden. Keer op keer wijzen alle tekenen op dit cynische gebruik van Afrika om het kapitalisme economisch en militair te steunen, en daardoor in feite Afrika te dwingen bij te dragen aan zijn eigen uitbuiting.”

Kwame Nkrumah (Challenge of Congo, 1967) had er al op gewezen dat er minstens zeventien luchtmachtbases, negen buitenlandse marinebases, drie raket opslagplaatsen en een atoomproef terrein door de NAVO in Noord-Afrika werden geëxploiteerd, naast militaire missies in een tiental andere Afrikaanse landen, om nog maar te zwijgen over de exploitatie van grondstoffen voor de productie van kernwapens in de mijnen van Congo, Angola, Zuid-Afrika en Rhodesië. Nkrumah (Handbook of Revolutionary Warfare, 1968) onderstreepte de dringende noodzaak om de uitdaging van de NAVO het hoofd te bieden in een strategie die onder meer de oproep bevatte tot een militair opperbevel en een All African People's Revolutionary Army (AAPRA).

Het voorbeeld van Portugal, een van de eerste leden van de NAVO, is de moeite van het onderzoeken waard. De grote vrijheidsstrijder van Afrika, Amilcar Cabral (Return to the Source, 1973), noemde Portugal "een verrot aanhangsel van het imperialisme". Hij zei: "Portugal is het meest onderontwikkelde land van West-Europa. Portugal zou nooit in staat zijn drie koloniale oorlogen in Afrika te beginnen zonder de hulp van de NAVO, de wapens van de NAVO, de vliegtuigen van de NAVO, de bommen - het zou onmogelijk voor hen zijn."

Cabral legt verder uit dat de enige reden waarom Portugal in staat was zijn koloniën in Afrika te behouden, was dat het sinds 1775 een semi-kolonie van het VK was en dat land de belangen van Portugal verdedigde tijdens de verdeling van Afrika. Bovendien gebruikte de NAVO, een creatie van de VS, Portugal en zijn koloniën als onderdeel van het grotere doel van overheersing van Afrika en de wereld. Portugal voerde een wrede oorlog in zijn koloniën Guinee Bissau, Kaapverdië, Angola en Mozambique, vergelijkbaar met wat de VS deden in Vietnam. In beide gevallen gebruikten de koloniserende mogendheden de modernste wapens, waaronder napalm- en clusterbombardementen, waarbij duizenden doden vielen, tegen guerrillalegers die weigerden te buigen. De Portugese dictator Marcelo Caetano werd gedwongen economische belangen in Angola af te staan aan enkele NAVO-mogendheden in ruil voor het gebruik van NAVO-bewapening en -voorraden. Toch verloor Portugal steeds de oorlog tegen de heldhaftige antikoloniale krachten.

NAVO's strategie van kolonialisme en neokolonialisme

Het imperialisme heeft altijd de strategie van verdeel en heers gebruikt. Om de aanvaarding van het idee van een "welwillende" NAVO mogelijk te maken, moesten de koloniale mogendheden ernaar streven een (koloniale) klasse van inheemse Afrikanen te overtuigen en te rekruteren, die hun bevelen zou opvolgen. Deze kloof kwam tot uiting in de nationale bevrijdingsbewegingen tussen degenen die collaboreerden met de imperialistische krachten en degenen die een werkelijke breuk met het kolonialisme wilden. Ook nadat de koloniën onafhankelijk waren geworden, ging deze (neokoloniale) verdeel-en-heerspolitiek door. Nkrumah (Neo-colonialism, The Last Stage of Imperialism, 1965) legt het brede scala bloot van methoden die door het neokolonialisme worden gehanteerd en die variëren van economie, politiek, religie, ideologie tot cultuur. Hierbij werkt de NAVO hand in hand met andere mechanismen van het imperialisme zoals de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst CIA, die een belangrijke rol speelde bij de staatsgreep tegen de regering van Nkrumah en de moord op Patrice Lumumba.

De kolonistenkolonie Zuid-Afrika is een ander voorbeeld van een NAVO-buitenpost. Vanaf het begin stond die duidelijk aan de kant van de westerse NAVO-mogendheden, aangezien het in wezen een kolonie van het VK was en dus een NATO-substituut. In 1955 sloten Zuid-Afrika en het VK de akkoorden van Simonstown, die bepalingen bevatten over de marinebewaking en -verdediging van het Afrikaanse continent van Kaap tot Caïro. Ondanks een ogenschijnlijk wapenembargo voorzagen de NAVO-landen en Israël Zuid-Afrika ook van de nodige technologie om kernwapens te ontwikkelen.

NAVO en AFRICOM

AFRICOM, het Amerikaanse Afrika-Commando, is feitelijk tot stand gekomen via EUCOM, het Amerikaanse Europa-Commando. Dit EUCOM is een centraal onderdeel van de NAVO en nam oorspronkelijk ook de verantwoordelijkheid voor 42 Afrikaanse staten op zich. In 2004 sloot de NAVO een vijf jaar durende uitbreidingsperiode met Oost-Europese landen af en in 2007 stelde de EUCOM-commandant de oprichting van AFRICOM voor met het hoofdkwartier in Stuttgart, Duitsland.

Het is zinvol om de rol van de VS/NAVO in de vernietiging van Libië in 2011 onder de aandacht te brengen, omdat er enkele belangrijke lessen uit kunnen worden getrokken. Ten eerste aanvaarden het VS-imperialisme en zijn westerse lakeien geen enkel land dat besluit een onafhankelijke macht te blijven buiten de Westerse invloedssfeer. Ten tweede laat het ook zien hoe de NAVO hand in hand kan werken met andere door de VS en het Westen gedomineerde mondiale structuren zoals de Verenigde Naties (VN). In 2011 gaf die in resolutie 1973 politieke toestemming voor een "no fly zone" en blokkade van Libië, zogenaamd om diens burgers te "beschermen", maar met het uiteindelijke resultaat de vernietiging van Afrika's meest welvarende land met de hoogste Human Development Index.

De door de VS geleide NAVO-strijdkrachten lanceerden immers een bombardementscampagne die duizenden burgers doodde en tientallen miljarden schade aan eigendommen en infrastructuur veroorzaakte. Dit laat zien dat, hoewel de door de VS geleide NAVO de VN soms gebruikt als politieke dekmantel, zij er geen probleem mee heeft haar VN-mandaat illegaal te overschrijden om haar misdaden tegen de menselijkheid te plegen en haar doelstellingen van regimeverandering te bereiken. Zelfs enkele landen die zich van stemming onthielden, zoals China, zeiden dat zij dit deden om de reactionaire Arabische Liga en de Afrikaanse Unie (AU), die de resolutie goedkeurden, niet voor het hoofd te stoten. Hier toont de directe en indirecte samenwerking tussen de NAVO, de VN, de AU en de Arabische Liga (waartoe ook de landen van de Samenwerkingsraad van Arabische Golfstaten behoren) het uitgestrekte en diep verweven web van het bereik van de VS en de NAVO.

De oorlog in Libië is slechts een voorbeeld van het bloedige werk van de NAVO/AFRICOM in de geschiedenis van Afrika. De NAVO opereert nog steeds onder het mom van "training" en "humanitaire" hulp bij vredeshandhaving. Sinds de oprichting van AFRICOM en de NAVO-verwoesting van Libië is het jihadistisch terroristisch geweld op het continent toegenomen met als gevolg burgerslachtoffers en instabiliteit, die het Westen vervolgens gebruikt als voorwendsel en rechtvaardiging voor de blijvende behoefte aan AFRICOM. Ook is er sinds de oprichting van AFRICOM een toename geweest in het aantal staatsgrepen door soldaten die door AFRICOM zijn getraind.

In overeenstemming met waar Nkrumah, Rodney en anderen in de jaren zestig en zeventig voor waarschuwden, gaat de NAVO in de vorm van AFRICOM nog steeds door met het faciliteren van oorlogen, instabiliteit en de plundering van Afrika door bedrijven. De Democratische Republiek Congo (DRC) bijvoorbeeld, wordt voortdurend geplunderd vanwege zijn strategische grondstoffen zoals kobalt, tantalium, chroom, coltan, uranium enz. Deze mineralen zijn van strategisch belang, niet alleen voor elektronische apparaten, maar ook voor de technologieën die het militair-industrieel complex aanjagen. Om haar doelstellingen te bereiken blijft AFRICOM vertrouwen op haar neokoloniale Afrikaanse gevolmachtigden om namens haar oorlogen uit te vechten in de DRC en in heel Afrika. Met de opkomst van China trachten de VS/NAVO nu te zorgen voor een algehele mondiale dominantie die China of enig ander land moet uitschakelen in de concurrentiestrijd om de controle over het mondiaal kapitaal.

Noot van de redactie:

Het stuk geeft waardevolle informatie over de rol van de NAVO in Afrika. Zonder daar iets aan af te willen doen, moeten we benoemen dat er bepaalde haken en ogen zitten aan het kader waarin dit geplaatst wordt, de theorie van het ‘neokolonialisme’. Deze term werd ontwikkeld tijdens de heldhaftige nationale bevrijdingsbewegingen in (voormalige) koloniën, in een tijd waarin het dekolonisatieproces nog plaatsvond en vaak allerlei overblijfselen van het kolonialisme in stand werden gehouden. We erkennen ook voor vandaag het belang van de strijd tegen overblijfselen van het kolonialisme, die wel degelijk nog bestaan, en tegen de plannen en interventies van de imperialisten, zoals de inmenging van de NAVO in Afrika. Maar door voormalige koloniën, waarin de kapitalistische verhoudingen gelden, aan te merken als (neo-) kolonies, wordt geïmpliceerd dat de socialistische revolutie niet aan de orde is, maar dat eerst de nationale bevrijdingsstrijd (een burgerlijke revolutie) moet worden voltooid. Vanuit dat oogpunt wordt samenwerking gezocht met de nationale burgerij en regeringsdeelname binnen het kapitalisme gerechtvaardigd. De burgerij maakt gebruik van zulke misvattingen om de anti-imperialistische beweging voor eigen kar te spannen, voor de versterking van haar positie in het imperialistische systeem. In het Politiek besluit van het 7e Partijcongres staat de actuele analyse van de NCPN over de internationale verhoudingen, waarin ook nader wordt ingegaan op het ‘neokolonialisme’ (zie ncpn.nl/documenten).

Bron: NATO and Africa: A Relationship of Colonial Violence and Structural White Supremacy, Black Agenda Report (23 Feb 2022)

Vertaling en bewerking: Louis Wilms.


Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019