Strijdbaarheid en bedrijvenwerk

i-004-009.jpg
(Illustratie: NCPN)

De ontwikkeling van vakbondbewustzijn en klassenbewustzijn

Jan Ilsink

In een eerder gepubliceerd artikel is ingegaan op de ontwikkeling van de productiekrachten en -verhoudingen en de gevolgen daarvan voor het klassenbewustzijn (zie ‘Strijdbaarheid en bedrijvenwerk’, gepubliceerd in Manifest nr. 10 van 22 december 2022, nvdr). In dit artikel zullen de mogelijkheden aan de orde komen om vakbondsbewustzijn en klassenbewustzijn te ontwikkelen.

Verschillen in strijdbaarheid

Arbeiders die op de bedrijfsvloer van de productie en dienstverlening samenwerken, ontwikkelen een zelfbewustzijn dat een belangrijke voorwaarde is voor strijdbaarheid en vakbondsbewustzijn. In bedrijfstakken als administratie, waar onderlinge afhankelijkheid voor het werkresultaat minder dwingend is en onderlinge concurrentie tussen medewerkers vaak hoog, ontbreekt die voorwaarde. Gezamenlijke belangen worden dan minder onderkend evenals de noodzaak daarvoor gezamenlijk op te treden.

Internationaal zijn er ook grote verschillen in strijdbaarheid. Omdat de kapitalistische wetmatigheden van kapitaalaccumulatie, schaalvergroting, mechanisatie, automatisering en robotisering in vrijwel de hele wereld gelden, moeten verschillen in strijdbaarheid aan andere factoren worden toegeschreven. Die moeten worden gezocht in verschillen in tijdstip van doorvoering van de wetmatigheden en dus het stadium van implementatie ervan. Daarnaast in politiek-economische, sociale en cultuurhistorische verschillen in de ontwikkeling van de werkende bevolking in die landen: strijd en nederlaag tegen het fascisme (Februaristaking), revolutie en contrarevolutie (Bestorming van de Bastille / Commune van Parijs), criminalisering van vakbonden (verbod op ‘Flying Pickets’ in Engeland), de ‘lokale’ invulling van de Eerste Mei, enzovoort. En dan laten we de arbeidersklasse in de (voormalig) gekoloniseerde delen van de wereld die ook zijn opgenomen in de productieketens nog buiten beschouwing!

Vakbondsbewustzijn

We moeten vaststellen dat het Kapitaal erin is geslaagd de strijdbaarheid van de arbeidersklasse zeer effectief in te dammen door de dynamiek in de sociaaleconomische ontwikkeling naar haar hand te zetten en de arbeidersklasse te verdelen. De problemen van de (internationale) vakbonden om een brede basis onder de werkers te behouden, eenheid te organiseren en solidariteit te creëren, laten dit onbarmhartig zien.

De arbeid in wereldomspannende productieketens wordt verricht door een arbeidersklasse met plaatselijk volledig verschillende arbeidsvoorwaarden. Dit maakt het moeilijk, maar niet onmogelijk (enkele voorbeelden van wereldomspannende solidariteit bestaan) de arbeidersklasse te verenigen op basis van alleen een ‘reactief’ vakbondsbewustzijn. Toch groeit wereldwijd de onvrede bij de werkende bevolking over machtsverhoudingen en de ‘democratische’ staatsvormen die de verhoudingen legitimeren en sanctioneren. Hiermee groeit de voorwaarde voor de internationale arbeidersklasse om in te zien dat deze kapitalistische productieketens niet in haar belang werken, terwijl tegelijkertijd hun arbeidskracht voor het functioneren daarvan onmisbaar is. Maar de geschiedenis van de arbeidersbeweging leert dat daaruit niet spontaan een politiek inzicht en ambitie ontstaan om de politieke macht te veroveren. De praktijk leert dat het streven van de arbeidersklasse blijft steken in een vakbondsbewustzijn om ‘de huid zo duur mogelijk verkopen’.

Voorhoede

Het inzicht in de kapitalistische maatschappelijke anarchie, waaraan de arbeidersklasse in haar ontwikkeling en ontplooiing is onderworpen, ontstaat niet spontaan ‘op de werkvloer’. Inzicht in het ‘wetenschappelijk socialisme’ is noodzakelijk om te begrijpen dat winstmaximalisatie ongelijke en veranderende productieprocessen en arbeidsverhoudingen aanstuurt. Om uitbuiting van de ene mens door de andere op te heffen moet de politieke, economische en ideologische macht veroverd worden. Deze ambitie blijkt alleen ingebracht te kunnen worden bij de arbeidersklasse door een ‘voorhoede’ onder de werkende bevolking, die duidelijk maakt dat zij de historische taak heeft die anarchie te beëindigen. Dat het ontbreken van ‘werkzekerheid’ in het kapitalisme verhindert op georganiseerde wijze eigen talenten te ontdekken en te ontwikkelen, om daarmee bij te dragen aan de samenleving. De chaos in de huidige personeelsvoorziening is hiervan een voorbeeld: tekorten in enkele economische sectoren en tegelijkertijd overschotten door personeelsinkrimpingen in andere sectoren. Deze geven aan dat er in het kapitalisme wel voldoende werk en arbeidskrachten zijn, maar daarop niet op planmatige wijze wordt geanticipeerd.

Actiecomités

In Nederland zijn actiecomités een belangrijke voedingsbodem voor deze voorhoede. Deze comités zijn eigen strijdleidingen van werkers in bedrijven en kantoren, op bouwwerken en in diverse maatschappelijke sectoren in buurten, etc. Het zijn samenwerkingsorganen die de eenheid uitdrukken in de actie voor eigen, gemeenschappelijke eisen van de betrokken delen van de werkende bevolking. Een samenwerkingsverband van ongeorganiseerden en georganiseerden (in verschillende, soms elkaar bestrijdende vakbonden) en van mensen met verschillende politieke overtuigingen. Ze zijn onmisbaar in de bijzondere omstandigheden waarin de Nederlandse arbeidersklasse haar strijd moet voeren: ongeorganiseerdheid, verdeeldheid in diverse organisaties en bureaucratisch geleide vakbeweging.

Het zijn elementaire organen voor democratische machtsvorming. Zij bewaken democratische zeggenschap van de mensen die in strijd staan voor hun eisen, de strijdmethodes en (onderhandelings-) resultaten.

Actiecomités zijn geen 'correctie' op het slecht functioneren van 'de vakbeweging'; het is geen tactische zet. Ze helpen de bewustwording in de strijd te vergroten en stimuleren daardoor de discussie in de vakbeweging, gericht op het versterken van het democratisch functioneren van de vakbeweging als massaorganisatie van de arbeidersklasse.

Klassenbewustzijn

Actiecomités organiseren de strijd op concrete doelen voor betere levens- en arbeidsvoorwaarden. Doelen die door de voorhoede geplaatst kunnen worden in de brede context van tegengestelde arbeids- en bezitsverhoudingen en private kapitaalaccumulatie: de wetmatigheden die het kapitalisme laten draaien. Met dit inzicht kan een succes in de strijd worden begrepen als deelsucces van de veel grotere klassenstrijd. De strijd om zeggenschap over de arbeidsverhoudingen en het aanwenden van de vruchten van de arbeid voor de hele samenleving. Hierdoor kan een onvermijdelijk compromis in de strijd beter begrepen worden als een stap vooruit en niet tot teleurstelling en verzwakking van de strijdbaarheid leiden. Actiecomités vormen daarmee een broedplaats voor klassenbewustzijn.

Dát klassenbewustzijn is een belangrijke motor in de ontwikkeling van strijdbaarheid van de werkers op hun werkplek en de bewoners in hun woonwijk en land. Strijdbaar voor concrete eisen in het perspectief van een hogere trap in de ontwikkeling van de mensheid.

Partij, actiecomités en vakbeweging

Verenigende en initiërende rol

De partij heeft tot taak op te treden voor de belangen van de arbeidersklasse en de met haar verbonden progressieve bewegingen als geheel: op elk gebied van het maatschappelijk leven. De partij wil de verenigende, verbindende factor zijn in de bewegingen op sociaaleconomisch gebied, in de vredes- en antifascistische strijd en voor democratische rechten.

De partij heeft een eigen verantwoordelijkheid in het leiding geven aan die strijdterreinen.

Zij spant zich in om de actie zo krachtig mogelijk te laten ontplooien en voor de belangen van de bevolking een zo groot mogelijke macht te vormen. Daarom nemen communisten initiatieven voor actie en het vormen van actiecomités, en stimuleren anderen dit eveneens te doen.

Democratie voorop

'Leiding geven aan de strijd' betekent niet de beweging volgens een model te laten verlopen. Communisten treden op tegen pogingen om actie naar één partij toe te 'kanaliseren', tegen pogingen comités uitsluitend te vormen uit vertegenwoordigers van partijen, en zijn voor 'personencomités', waardoor de drempel om mee te doen verlaagd wordt.

Een belangrijke belemmering voor het functioneren van de vakbeweging als democratische strijdorganisatie ligt in het ondergeschikt maken van de oordeels- en besluitvorming in de vakbondsorganen aan partijpolitieke machinaties.

De partij is voor een onafhankelijke vakbeweging, die haar opstelling bepaalt in democratische oordeelsvorming van leden en kaders. Dat betekent allerminst dat de vakbeweging neutraal is. Die moet positie kiezen in de strijd op grond van klassenbelangen van de werkers en de besluitvorming van haar leden. Actiecomités spelen hierin een belangrijke rol. Erkenning van die rol leidt tot versterking van het democratisch functioneren van de vakbeweging.

Democratische controle op de leidingen in de vakbeweging is daarbij van fundamenteel belang, in laatste instantie tot aan het vrij verkiezen en afzetten van bestuurders.

Politieke rol

In het directe contact met de mensen aan de basis (in woord en geschrift) zetten communisten hun visie op de toestand uiteen. Met argumenten belichten zij achtergronden en verhoudingen, geven zij perspectieven en wekken zij strijdgeest, solidariteit en klassenbewustzijn. Zij zullen daarmee anderen overtuigen dat de partij als politieke factor moet worden versterkt voor de belangen van de arbeidersklasse als geheel.

Vanuit hun eigen verantwoordelijkheid treden communisten op in acties en actiecomités als betrouwbare partners in de strijd, als de dragers van de democratie in de actie. Over hun doen en laten in de actie zullen zij zich steeds tegenover hun medestrijders en -strijdsters verantwoorden.

De visie en argumenten van de partij zijn niet bestemd voor de kleine, selecte groep van de actieleiding. De partij wendt zich tot de mensen aan de basis zelf, tot leden en kaders, en geeft daarmee richting aan hun oordeelsvorming. Het bedrijvenwerk van de partij strekt zich uit over alle zeven genoemde werkelijkheden (zie ‘Strijdbaarheid en bedrijvenwerk 1’) waarin de moderne arbeidersklasse zich bevindt. Voor al die werkelijkheden zullen de anarchie en uitzichtloosheid van het kapitalisme duidelijk worden gemaakt en perspectieven worden ontwikkeld. Als in al deze haarvaten van de productieve en dienstverlenende samenleving een voorhoede is ontwikkeld, ontrolt zich het perspectief van succesvolle machtswisseling.

* Jan Ilsink is lid van het Dagelijks Bestuur en van de Commissie Bedrijven- en Vakbondswerk


Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019