Januari: een maand van overwinningen en vieringen in Cuba

i-003-008.jpg
Fidel Castro (Foto: ambassade van Cuba).

Team van de ambassade van Cuba

Januari is een maand van overwinningen en vieringen in Cuba: de 64ste verjaardag van de revolutie en de 170ste verjaardag van de geboorte van de ‘Apostel van het Vaderland’, José Martí.

Zoals elk jaar in januari, viert Cuba belangrijke data: de triomf van de Cubaanse revolutie en de geboorte van haar nationale held, José Martí, inspirator van de revolutie. Wanneer de triomferende revolutie haar 64ste verjaardag viert, bevestigt zij de moeilijke en uitdagende weg die tot op de dag van vandaag is afgelegd. Wederom wordt duidelijk hoe treffend de profetische woorden waren welke opperbevelhebber Fidel Castro Ruz destijds sprak tot het Cubaanse volk in de januarimaand ten tijde van de overwinning: "Ik geloof dat dit een beslissend moment is in onze geschiedenis: de tirannie is omvergeworpen. De vreugde is immens. En toch moet er nog veel gebeuren. We houden onszelf niet voor de gek door te geloven dat vanaf nu alles gemakkelijk zal zijn; misschien wordt vanaf nu alles moeilijker”.

De situatie die de revolutie bij de triomf van 1 januari 1959 aantrof was verwoestend. Op meesterlijke wijze werd dit door Fidel in het Moncada-proces aan de kaak gesteld. Deze getuigenis wordt weergegeven in het boek ”De geschiedenis zal mij vrijspreken”. De revolutie had een situatie geërfd van wanbestuur, corruptie, analfabetisme, prostitutie en ongelijkheid die snel moest worden bestreden, want deze keer was er geen simpele opvolging van de ene regering door de andere, maar een wezenlijke verandering.

Fidels vastberadenheid stelde hem in staat om onmiddellijk de bezetting van alle militaire installaties van het land te bevelen, de uit het land gestolen goederen in beslag te nemen, en de belangen van de grote Yankee-monopolies en de bourgeoisie teniet te doen. Zonder aarzelen werd de landbouwhervorming afgekondigd en werden de Yankee-bedrijven die eigenaar waren van de suikerfabrieken, de telefoon- en elektriciteitsbedrijven, spoorwegen, havens, mijnen, handelsketens, buitenlandse handel en alle grote kapitalistische bedrijven op het eiland genationaliseerd.

Om een waardig bestaan te geven aan de bezitloze en armste mensen van het land, werden overal honderden ziekenhuizen en scholen gebouwd, terwijl het hoger onderwijs voor iedereen beschikbaar werd gesteld, zonder onderscheid van geloof, afkomst of huidskleur. Duizenden dokters, technici en specialisten werden opgeleid voor Cuba en de hele wereld. Verder werd ingezet op democratisering van de voorzieningen, de productie, en het verspreiden en toegankelijk maken van cultuur. Dit als een materialisatie van het verlangen van Martí en als voorbode van wat er in de huidige Cubaanse grondwet is vastgelegd: het eren van de volwaardigheid van de mens in het beleven van de eigen cultuur.

En net als nu, ondanks de economisch verstikkende blokkade, een strop rond de nek van de revolutie, gaan de inspanningen om de levensomstandigheden van de mensen te verbeteren onverminderd en onvermoeid door. Reeds in het Moncada-programma kwam tot uitdrukking dat de verwezenlijking ervan een complexe en moeilijke taak zou zijn.

170 jaar na de geboorte van de ‘Apostel van Cuba’ bevestigt het Cubaanse volk hun bewondering voor hem en de wens om zijn ideeën en die van de opperbevelhebber, zijn grootste discipel, voort te zetten. Zijn gedachte, waarvan de reikwijdte de tijdsbarrières overstijgt, was een inspirerende gids voor de revolutie: het was essentieel om Cuba te bevrijden, om de imperialistische opmars naar de volkeren van Amerika in te dammen. Dat Martíaanse uitgangspunt hield stand en werd een zekere hoop, een latente droom, een onontkoombare verantwoordelijkheid. Degenen die hem volgden in idealen, in bereidheid om te handelen en ontelbare offers te doen voor het vaderland, begrepen dit ook en hebben zo gehandeld sinds die glorieuze dag in 1959.

Dit land van dappere, heldhaftige en onvermoeibare mensen, heeft de onwankelbare positie ingenomen om te spreken namens degenen die het woord is ontzegd. Om te laten zien dat wat als een utopie werd beschouwd, wel degelijk mogelijk is: de eenheid inzetten als mechanisme voor het opwerpen van een onoverwinnelijke barrière, om zo niet langer het gemakkelijke doelwit te zijn van de grote oligarchische machtskringen.

Er is geen enkel nationaal of internationaal platform waar de stem van Cuba niet heeft gesproken ten gunste van rechtvaardige zaken. Steeds ontmaskerde zij, met de meest solide argumenten, de staatsgrepen en inmengingsstrategieën die niet ophielden in hun pogingen om naties met progressieve regeringen te destabiliseren. Vanuit de linkerkant van een ongelijke wereldorde heeft Cuba gekozen voor multi-polariteit, voor respect voor de zelfbeschikking van volkeren, voor het uitbreiden van banden van vrede en begrip, voor het veiligstellen van steeds schaarser wordende en over-geëxploiteerde natuurlijke hulpbronnen, voor de bescherming van de meest kwetsbaren en voor een reële mogelijkheid van een gemeenschappelijke gedachte voor solidariteitsdoeleinden. Niet de verschillen, maar de solidariteit staat in deze altijd voorop.

Onder de standvastige leiding van haar historische leiders en degenen die de banieren van continuïteit uit hun handen hebben ontvangen, heeft de revolutie zich niet beperkt tot het leven binnen de landsgrenzen van Cuba, maar heeft zich met een open hart aan de wereld gegeven. De revolutie heeft haar belangrijkste sociale veroveringen gedeeld en zonder bedenkingen in dienst gesteld van de gehele mensheid. Zij plukt daarom de beste vruchten van die belangeloze daden: respect, aanzien en steun. Cuba is nooit alleen geweest en zal nooit alleen zijn, maar dat is geen toeval. Daarom is de leus bij de 65ste verjaardag van de revolutie: Juntar Y Vencer! (‘Eenheid en Overwinnen!’)


Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019