Over de Transgenderwet

Eirini

De afgelopen tijd is de nieuwe transgenderwet over de wettelijke geslachtswijziging meer in beeld gekomen, ook omdat deze binnenkort door de Tweede Kamer behandeld wordt. Concreet houdt de nieuwe wet in dat de wettelijke geslachtswijziging veranderd wordt naar een puur administratieve actie, waarvoor geen deskundigenverklaring nodig is. De wet wordt toegejuicht als een belangrijke stap naar voren door sommigen. Maar de grote vraag is: voor wie is dit een stap naar voren en wat is de daadwerkelijke materiële inhoud van deze wet?

Het is ongetwijfeld waar dat voor sommige transgenders dit op korte termijn een verlichting betekent. De wachtrijen voor het bezoeken van het beperkte aantal klinieken dat transgenders in behandeling neemt, waar momenteel de bovengenoemde deskundigenverklaring te halen is, kunnen oplopen tot wel jaren. En dat is alleen maar voordat je überhaupt met iemand mag praten die je daadwerkelijk kan helpen de keuze te maken om van geslacht te veranderen. Een vergelijkbare situatie vindt ook plaats in andere sectoren van de zorg, waaronder de GGZ en Jeugdzorg. Daarnaast was het tot een paar jaar geleden nog verplicht vanuit de overheid om sterilisatie te ondergaan voor transgender personen die hun geslachtsregistratie wilden aanpassen.

Als we een breder perspectief nemen, zien we echter dat deze wet allesbehalve positief is voor transgender personen. Onder het mom van de ‘vrije keuze’, de verheerlijking van het individu en de onaantastbaarheid van de persoonlijke subjectiviteit, wordt iets gedaan wat veel schimmiger is. Burgerlijke politici die deze wet voorstaan zijn hier vrij open in. Sylvana Simons (BIJ1) maakte er bijvoorbeeld een punt van in de Tweede Kamer dat “Dit debat gaat niet over geslachtsveranderingen, over zorg, over het medische aspect.”1 Lisa van Ginneken (D66) zei bijna uitdagend “Het is uiteindelijk maar een letter in een database.”2 Deze uitspraken zijn misschien in een bepaalde context gemaakt, maar ze onthullen wel veel over de mentaliteit achter deze wet: de inhoud van deze wet is helemaal niet gericht op het verbeteren van de situatie van transgenders. De wet heeft als doel de louter formele erkenning van geslachtswijziging (goedkoop), en los te koppelen van de plicht van de maatschappij om de geslachtsverandering daadwerkelijk, op medische en maatschappelijke vlakken, te faciliteren en ondersteunen (niet goedkoop).

Het gaat hier dus niet om maatschappelijke rechten, die verbonden zijn aan de plicht van de maatschappij om aan die rechten te voldoen (zie het artikel hiernaast, nvdr), maar burgerlijke rechten, die voor de arbeidersklasse een pure formaliteit zijn. Het is de ‘eigen verantwoordelijkheid’ om die rechten waar te maken. In andere woorden, het zijn alleen rechten voor de burgerij, die over voldoende middelen beschikt om ‘zelf’ aan al diens behoeftes te voldoen. Voor de rest van de mensen is deze wet een pleister op een houten been.

De rechten van transgender personen om voor geslachtsverandering te kiezen worden dus losgekoppeld van voorzieningen die de maatschappij moet treffen om die te realiseren. Hoe kan het recht om voor een geslachtsverandering te kiezen als een echte ‘vrije keuze’ en een maatschappelijk recht gezien worden, wanneer dit onder het kapitalisme betekent dat transgender personen uit de arbeidersklasse de ‘vrijheid’ hebben om werkloos3 te zijn omdat ze door de kapitalist gediscrimineerd worden, relatief vaker in het arbeidsreserveleger komen, in erbarmelijke omstandigheden leven, en relatief vaak in de prostitutie terecht komen?4 Of wanneer er weinig tot niets gedaan wordt om te zorgen voor de acceptatie van transgenders in hun sociale omgeving? Of wanneer transgenders vaak jaren moeten wachten om überhaupt met een deskundige te spreken, waar de overweging gemaakt kan worden of een geslachtsverandering wel de beste keuze voor hen is, en waar deze beslissing op basis van objectieve, wetenschappelijke inzichten gemaakt kan worden, zodat dit besluit ook geaccepteerd kan worden door de maatschappij en voorzieningen worden getroffen om dit te faciliteren, zonder dat mensen in onnodige administratieve rompslomp terecht komen?

Maatregelen om deze werkelijke problemen waar transgender personen tegenaan lopen op te lossen, zouden geld kosten voor de staat en werkgevers. Dat geld besteedt de staat echter liever aan het subsidiëren van het grootkapitaal. De bourgeoisie investeert geld alleen als het winstgevend is, of besteedt het aan privéjets en gigantische villa’s. Daarnaast zijn veel van deze maatregelen niet eens haalbaar binnen het kapitalisme – het maatschappelijk recht op een baan en een woning is iets wat alleen in socialistische landen bereikt is.

Deze wet opent de weg naar de verdere uitholling van de transgenderzorg, door meer en meer onderdelen hiervan naar de particuliere (lees: meer winstgevende) medische sector uit te besteden. Het is geen toeval dat de afgelopen jaren meer en meer behandelingen die onderdeel waren van de medische transitie, nu niet meer onderdeel zijn van het basispakket van de zorgverzekeringen, en in sommige gevallen in de vorm van een subsidie terug zijn gekomen. Het is ook geen toeval dat in juli 2021 Sylvana Simons (BIJ1) een motie indiende die de transitiezorg uit de gespecialiseerde derdelijnszorg (hieronder vallen academische ziekenhuizen en specialistische centra) zou moeten halen en naar de tweedelijnszorg (ziekenhuizen, klinieken etc.) zou brengen. Deze ‘decentralisatie’ zou zogenaamd moeten leiden tot minder wachttijden en minder bureaucratie. Voorzichtige lezers zullen opmerken dat het precies dezelfde retoriek is die gepaard ging met de afbraak van voorzieningen in de afgelopen decennia. Maar wat zit hier echt achter? Geen verkorting van de wachttijden in ieder geval, want die kunnen niet verkort worden door administratieve trucjes, maar door concrete investering. Ze kunnen op deze manier hoogstens verplaatst worden. Wat hierachter zit is het meer en meer uitbesteden van de zorg aan de particuliere markt, in plaats van deze zorg verbeteren en toegankelijker maken. Dit heeft dus niets te maken met het verbeteren van de zorg, maar het meer winstgevender maken ervan! Geen wonder dat partijen als de PVV en de VVD beide voor deze motie hebben gestemd.

De transgenderwet wordt bovendien voorbereid in de context van het nieuwe zorgakkoord, het zogenaamde Integraal Zorgakkoord. Dit akkoord houdt de bestaande gebreken aan personeel in stand, doordat er een beperking komt op de toestroom van extra personeel in de zorg. Dit heeft ook effect op de transgenderzorg, waar de bestaande nijpende tekorten dus niet gaan verbeteren maar juist groter gaan worden.

Tegelijkertijd hebben we nog niet gesproken over de andere kant van de verrotte burgerlijke munt. Diverse burgerlijke partijen zoals de FvD, SGP e.d. hebben de kans gegrepen om walgelijke, reactionaire uitspraken te maken tegen transgenders, en de discriminatie die ze ervaren verder aan te wakkeren. De regering draagt ook verantwoordelijkheid voor het aanwakkeren van allerlei kleinburgerlijke theorieën, zoals het zogenaamde ‘radicale feminisme’, doordat zij slecht kunnen antwoorden op allerlei bedenkingen die mensen hebben over de nieuwe wet. Als het aan al deze groepen lag, zou er eigenlijk helemaal geen transgenderzorg bestaan. Zo kan je namelijk ook bezuinigen…

De NCPN en CJB veroordelen deze reactionaire, transfobe opvattingen. Het kapitalisme en de uitbuiting van mens door mens, gaan hand in hand met het fascisme en discriminatie tegen vrouwen en minderheden, waaronder ook transgenders. Deze ideeën worden gereproduceerd door fascistoïde politieke partijen, maar ook religieuze groepen en kleinburgerlijke feministen. Het geslacht wordt op onwetenschappelijke wijze benaderd als absoluut, metafysisch5 en onveranderbaar. Dit wordt als argument gebruikt om deze standpunten te bevorderen en de discriminatie die transgenders in de maatschappij ervaren een ideologisch kader te geven en te versterken.

Het is dan ook geen verrassing dat de diverse partijen die het wetsvoorstel steunen hier ook een bepaald (burgerlijk) ideologisch kader aan geven. Zo worden het (biologische) geslacht en de sociale-culturele aspecten die in het verloop van geschiedenis zijn ontstaan (ook wel ‘gender’ genoemd) van elkaar losgehaald. Dit neemt de plaats in van de wetenschappelijke, dialectische benadering, die stelt dat er een complexe wederzijdse verhouding is tussen beide aspecten. Deze onwetenschappelijke, idealistische6 en metafysische opvattingen vloeien voort uit postmodernistische of post-structuralistische7 theorieën, die individuele, subjectieve ervaringen verheffen tot absolute waarheden. Het zijn dit soort onwetenschappelijke theorieën die zeggen dat geslacht alleen een puur fictief ideologisch ‘hokje’ is waar mensen in worden gezet, in plaats van iets wat historische en biologische wortels heeft.

Deze opvattingen staan lijnrecht op het klassenbewuste, wetenschappelijke begrip over geslacht, dat door middel van het dialectisch materialisme een sterke theoretische onderbouwing biedt aan de verbinding van de strijd van intersekse- en transgender personen, maar ook vrouwen en andere minderheden, voor gelijkwaardigheid met de strijd voor het omverwerpen van het kapitalisme. Het bestaan van deze opvattingen versterkt dan ook de reactionaire, fascistische ideologieën, en gebruikt hun bestaan als rechtvaardiging. Tegelijkertijd zijn beide theorieën een aanval op de wetenschappelijke (dialectische en materialistische) benadering, die de arbeidersklasse een belangrijk wapen biedt in haar strijd tegen de bourgeoisie.

Uit alles wat gezegd is, kan een belangrijke conclusie gehaald worden. Alle burgerlijke partijen, van alle verschillende kleuren en tinten: neoliberaal, extreemrechts, sociaaldemocratisch, groen, intersectioneel etc., zijn het over één ding eens: wat ook de essentie is van het debat dat gevoerd wordt in de Tweede Kamer: dat er op een of andere manier bezuinigt moet worden op de zorg. Het debat gaat momenteel alleen over de strategie die gevolgd moet worden om dit te bereiken, en hoe snel dat moet worden gedaan: de transgenderzorg per direct afschaffen of langzaam maar zeker overlaten aan de markt, die als redder ons moet komen verlossen van de lange wachttijden. Heel ‘toevallig’ worden er dan ook aardig wat centjes verdient in dit proces.

Als communisten strijden we voor een maatschappij waarin geen ruimte is voor transfobie of enige andere vorm van discriminatie. Emancipatie vereist echter dat de maatschappij voorziet in de bijzondere behoeften van verschillende mensen, zodat elke persoon volledig kan meedraaien in de maatschappij en de mogelijkheden heeft om zichzelf te ontwikkelen. Het vereist dat de maatschappij voorziet in de bijzondere behoeften van transgender personen en de ondersteuning waar nodig op medisch, psychisch en sociaal vlak. Maar ook algemener, dat de maatschappij voorziet in het recht op werk, woning, onderwijs, zorg (waaronder de transitiezorg) etc. Alleen in zo'n maatschappij, die de materiële voorwaarden creëert zodat iedereen daadwerkelijk gelijkwaardig meedraait, worden ook de voorwaarden gecreëerd voor de definitieve uitbanning van transfobie, net als elke andere vorm van discriminatie van vrouwen en minderheden. De strijd tegen discriminatie en voor de emancipatie van elke bijzondere groep binnen de arbeidersklasse, is dan ook onlosmakelijk verbonden met de klassenstrijd – de strijd tegen het kapitalisme en voor het socialisme.

* Eirini is kaderlid van de NCPN en CJB.


Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019