Tate, Twitter & Testosteron

i-003-006.jpg
CJB'ers verwijderen een spandoek dat fascisten van de geuzenbond hadden opgehangen in een poging het Nelson Mandelapark in Amsterdam om te dopen naar 'Stephanus Walterspark', een naam die het apartheidsregime in Zuid-Afrika verheerlijkt. (Foto: CJB)

Roel Hoefmaker

Ik werk momenteel lang genoeg in het onderwijs om de hype rond Andrew Tate mee te maken. Ondertussen is deze hype al een tijdje bedaard, iets met een paar pizzadozen en een arrestatie, maar ik weet nog goed dat een paar jongens in mijn klas gefascineerd waren van Tate. Iets in zijn woorden wist menig onzekere tienerjongen te raken. En ondanks dat Tate nu al een tijdje achter de tralies zit is zijn met ‘grindset’ en ‘Alpha male’ gevulde gedachtegoed nog steeds immens populair. In dezelfde trant verklaarde zogenaamde ‘self-made’ miljonair Elon Musk Twitter tot een bastion van vrijheid van meningsuiting en de “beste bron van de waarheid”; onder zijn leiding werd het echter vooral een echoput van extreemrechtse complottheorieën. Jordan Peterson, psycholoog die in pseudo-feitelijke rants zich hard maakt voor een sterke gedisciplineerde man, wist laatst met precies dat Ahoy te vullen. Waar komt deze fascinatie met mannelijkheid vandaan en waarom lijkt het steeds samen te gaan met idealistisch conservatisme en extreemrechtse theorieën? Waar komt dit vandaan, wat is er aan de hand en wat kunnen wij hiervan leren?

Let op: in het volgende stuk quote ik een aantal schokkende uitspraken van Andrew Tate om deze gedachten te analyseren. Een triggerwarning is daarom in plaats.

Situatie vandaag de dag

“In een relatie is de vrouw eigendom van de man”; “je hoeft geen medicijnen te nemen tegen depressie, je moet vooral zelf harder werken om gelukkig te worden”; “een vrouw slaan is soms oké”; of “slaan, vastpakken, wurgen, hou je bek bitch, seks”. Het is een greep uit een paar uitspraken van Andrew Tate. En toch als je sommige mannen vraagt wat ze ervan vinden dan hoor je wel eens “ik ben het niet met alles eens, maar hij zegt soms wel verstandige dingen”. Zijn boodschap, dat het lastig is om in deze tijd een echte man te zijn, vindt duidelijk gehoor bij vele mannen en jongens. De NOS interviewde zo’n jongere die fan is van Andrew Tate. De geïnterviewde tiener gaf aan dat Andrew Tate voor hem een inspiratie is om aan zichzelf en aan zijn eigen kennis te werken. Hij zei dat “Tate jongens en mannen helpt om hun eigen kracht weer te vinden”. Volgens de tiener zou een man hard en sterk moeten zijn en moeten zorgen voor zijn gezin. Tegelijkertijd is de tiener het niet persé oneens met Tate’s uitspraken over verkrachting. Want zoals Tate zelf zegt: “als je een verantwoordelijkheid hebt over iemand anders moet je ook de autoriteit hebben”. Deze door de NOS geïnterviewde jongere is hierin helaas niet uniek voor zijn leeftijdscategorie. De NOS deed een peiling onder ongeveer 4000 jongeren en daarvan gaf een kwart, 1066 jongeren, aan het gedeeltelijk of helemaal eens te zijn met de uitspraken van Andrew Tate. Van die 1066 jongeren vindt bijna 30 procent, zo'n 300 jongeren, dat “als je jezelf in een positie brengt om verkracht te worden, dat dat ook deels je eigen verantwoordelijkheid is.” 15 procent vindt “dat je een vrouw mag slaan als zij je beschuldigt van vreemdgaan”.

Veel jongeren beginnen Andrew Tate te volgen omdat ze aangetrokken worden door zijn mindset van zo snel mogelijk en zoveel mogelijk geld verdienen. Hierin kan je een lijn trekken naar een ander controversieel figuur: Elon Musk. Elon Musk wordt door zijn fans de hemel in geprezen als een selfmade miljonair die rijk is geworden met goede ideeën, de personificatie van ‘the American Dream’. Daar valt een hele hoop op af te dingen, maar zijn fans lopen ermee weg. Toen Elon Musk Twitter overkocht, zette hij deze zogenaamde Amerikaanse idealen door en doopte Twitter om als een ‘bastion van vrijheid van meningsuiting’. In de praktijk betekende dat direct het terugzetten van, en blauwe vinkjes geven aan, eerder verbannen extreemrechtse complotdenkers zoals onder andere Project Veritas. Ook Elon zelf liet al snel zijn anti-vax en anti-trans mening blijken door tweets als “My pronouns are Prosecute/Fauci”. Franse krant Le Monde analyseerde vorig jaar november ongeveer 500 Twitter-interacties die Musk die maand had gehad. Bijna alle vriendschappelijke interacties waren met extreemrechtse personen, waaronder alt-right figuur Ian Miles Cheong en conservatief activist Tom Fitton.

Hiermee is Elon Musk ondertussen vooral de American Dream-guy van conservatief rechts Amerika. Zowel Musk als Tate hebben als gemene deler de promotie van de kapitalistische gedachte dat je het recht hebt om te pakken wat je pakken kan. Deze gedachte wordt mooi verpakt in termen als verantwoordelijkheid nemen en zelfbeschikking maar vooral Tate laat zien dat dit al snel afglijdt naar verregaande toxische problemen op sociaal-emotioneel gebied. Maar waar komt dit gedachtegoed dan vandaan? En is deze hedendaagse hang naar een zogenaamde traditionele mannelijke rol iets nieuws?

Ethisch Egoïsme?

Lang antwoord kort: nee. Er zijn theorieën die claimen dat juist in tijden van crisis dit, door nostalgie aangedreven, conservatisme de kop opsteekt. Zo stelde een onderzoek van de Universiteit van California, Los Angeles dat tijdens coronatijd jongeren een groter belang hechtten aan traditionele genderrollen. Ook in de geschiedenis kan je dit soort patronen ontwaren. De industriële revolutie, en de daarmee samenhangende emancipatie van de arbeidersklasse, viel samen met de zogeheten ‘Victorian Era’. In die tijd werd de doctrine van ‘Seperate Spheres’ van Aristoteles populair. Een theorie die, om het kort te zeggen, voorstond dat mannen sterker zijn vrouwen en dat met dat ‘feit’ ook verschillende rollen in de maatschappij kwamen kijken. In een tijd waarin mannen en vrouwen samen in de fabrieken moesten werken, werden tegelijkertijd conservatieve idealen over mannen en vrouwen scherper neergezet. Historicus Catherine Hughes zei over die tijd: “In eerdere eeuwen was het normaal dat vrouwen naast hun echtgenoten en broers meewerkten in de familiezaak, maar in de Victoriaanse tijd werden de rollen tussen mannen en vrouwen sterker gedefinieerd dan ooit in de geschiedenis.”

Een opkomst van conservatieve normen lijkt een product van veranderende tijden. Dit was vlak na de Tweede Wereldoorlog niet anders. Zo doet de huidige cultus rondom de regie nemende en zelfbeschikkende ‘self-made’ mannen sterk denken aan het werk van de schrijfster Ayn Rand. Ayn Rand vluchtte in 1926 vanuit Sovjet-Rusland naar Amerika. In verschillende boeken en nieuwsbrieven werkte zij haar objectivistische theorieën uit over individualisme, succes, en haar problemen met communisme. Haar theorie was dat het communisme een negatieve kijk had op persoonlijk succes en eropuit was om persoonlijke prestaties te remmen. Zo schreef zij onder andere: “When men share the same basic premise, it is the most consistent ones who win. So long as men accept the altruist morality, they will not be able to stop the advance of communism. The altruist morality is Soviet Russia’s best and only weapon.”

Altruïsme als wapen van het communisme. Je ziet hierin een poging van Rand om een filosofische tegenhanger op het communisme te formuleren, een theorie die ze zelf het ‘ethisch egoïsme’ noemt. Echte helden, volgens Rand, moeten alleen handelen uit eigen belang. Alleen op die manier, zo stelt ze, krijg je grote historische gebeurtenissen. Het kapitalisme noemt ze hierin niet alleen een ideaal, maar vooral een onbekend ideaal. In Rands woorden is het kapitalisme: ‘een maatschappelijk systeem gebaseerd op de erkenning van individuele rechten, inclusief eigendomsrechten, waarin al het eigendom privaat bezit is.’ Ook stelt ze dat alleen in puur kapitalisme het individu zich kan ontpoppen. Het kapitalisme als perfecte systeem voor de Randiaanse ethisch egoïstische held: een echte mannelijke machoman die alles aanpakt wat hij kan krijgen. Klinkt bekend? Want de ideeën waarmee Andrew Tate jonge mannen aanspreekt zijn precies op zo’n mentaliteit gebaseerd.

Vrijdenken als brandende sigaar

Nu is het geenszins mijn intentie om een zwart-witte tegenstelling neer te zetten tussen progressief en conservatief, daar persoonlijke waardeoordelen aan te koppelen, of grote complotten te insinueren. Zouden we dat doen, dan doen we tekort aan de ingewikkeldheid van deze thema’s. We spreken hier immers vooral over tendensen en patronen in de samenleving, die mede worden beïnvloed door stress en onzekerheid in tijden van crisis. Ik wil hier vooral inzoomen op hoe deze tendensen worden gebruikt en ingezet. Daarbij kun je zeker wél de vraag stellen in wiens belang deze tendensen zijn. Een blik in het verleden kan ons hierbij helpen.

In zijn inleiding bij ‘De ontwikkeling van het socialisme van utopie tot wetenschap’ laat Engels zien hoe de hang naar het traditionalisme in de Victoriaanse tijd werd gebruikt door de bourgeoisie in hun verhouding tot de werkende klasse:

“En nu brak de triomf aan van het kleinburgerlijke Britse fatsoen over de vrijdenkerij en de godsdienstige onverschilligheid van de continentale bourgeois. De arbeiders van Frankrijk en Duitsland waren opstandig geworden. Zij waren volledig besmet met het socialisme en bovendien — om zeer goede redenen — wat betreft de middelen ter verovering van de heerschappij geenszins verstokte aanhangers van de legaliteit. Hier was de ‘puer robustus’ (‘sterke jongen’) inderdaad elke dag meer ‘malitiosus’ (‘kwaadwillend’) geworden. Wat bleef de Franse en Duitse bourgeois als laatste redmiddel anders over dan hun vrijdenken stilzwijgend te laten vallen, zoals een kwajongen de brandende sigaar waarmee hij over het dek liep te geuren, stilletjes wegwerkt wanneer de zeeziekte hem besluipt? De een na de ander werden de spotters in hun uiterlijke optreden vroom, zij spraken met eerbied over de kerk, haar leerstellingen en gebruikten en namen die laatste zelfs in acht voor zover ze er niet onderuit konden. De Franse bourgeois aten op vrijdag geen vlees en de Duitse bourgeois doorstonden in hun kerkbanken langademige protestantse preken. Zij waren met hun materialisme bedrogen uitgekomen. ‘De godsdienst moet voor het volk behouden blijven’ — dat was het enige en laatste middel om de maatschappij te redden van de totale ondergang. Tot hun ongeluk ontdekten ze dit pas nadat zij hun uiterste best hadden gedaan om de godsdienst voorgoed te verdelgen. En toen was het de beurt van de Britse bourgeois om hen uit te lachen en toe te roepen: “dwazen dat jullie zijn, dat had ik u tweehonderd jaar geleden al kunnen vertellen!” Ik vrees echter dat noch de religieuze verknochtheid van de Britse, noch de bekering post festum (“achteraf”) van de continentale bourgeois het opkomende proletarische getij zal kunnen keren. De traditie is een grote remmende kracht, de kracht van de traagheid in de geschiedenis. Maar ze is louter een passieve kracht en daarom moet zij het onderspit delven. Ook de godsdienst vormt op de duur geen schutsmuur voor de kapitalistische maatschappij. Als onze juridische, filosofische en religieuze ideeën meer of minder rechtstreeks het product vormen van de economische verhoudingen die in een gegeven maatschappij heersen, dan kunnen deze ideeën op den duur geen standhouden wanneer die economische verhoudingen grondig zijn veranderd. Wij hebben geen andere keuze dan hetzij te geloven aan een bovennatuurlijke openbaring, hetzij toe te geven dat godsdienstige preken nooit in staat zullen zijn om een ineenstortende maatschappij te schragen. En inderdaad, ook in Engeland zijn de arbeiders begonnen weer in beweging te komen.”

In deze tekst beschrijft Friedrich Engels een situatie in het Europa van 1886 waarin een opkomst van traditionele normen en waarden door de bourgeoisie wordt aangewend om de vereniging van de arbeidersklasse in te dammen - traditie als remmende kracht. Progressieve ideeën, het vrijdenken, laat men vallen als een brandende sigaar. Je kan in deze analyse een parallel trekken naar 150 jaar later, de situatie van vandaag de dag. Het is in het licht van de analyse van Engels dan ook niet gek dat Eva Vlaardingerbroek, een van de opiniemakers van extreem-rechts in Nederland, haarzelf laatst ‘post-festum’ heeft bekeerd tot het katholicisme. Of waarom Elon Musk laatst in een podcast van de Babylon Bee heeft aangegeven het eens te zijn met de principes van Jezus. Als Musk écht een Jezusfan is, dan kun je je afvragen waarom hij zulke slechte werkomstandigheden heeft in zijn fabrieken. De vraag is dus: hebben we het hier over een oprechte overtuiging, of hangt het samen met een grotere rechts-culturele hang naar conservatieve normen?

De rol van het individu

Hierin moeten we ook de ideologie van het kapitalistische systeem niet vergeten. Zoals Ayn Rand deze onbekende idealen van het kapitalisme omschreef als een sociaal systeem waarin een individu zich kan ontpoppen als die durft te gaan voor zijn eigen belang. Niet voor niets is een van de grootste mythes van het kapitalisme de leugen van de zogeheten ‘American Dream’. Deze ‘dream’ is, in de kern, het idee dat we met hard werk en individualistische zelfbeschikking kunnen opklimmen uit onze slechte situaties naar een hogere positie op de maatschappelijke ladder. De zogeheten beoogde zelfbeschikking die hierbij komt kijken, van o.a. Peterson en Tate, is op zichzelf natuurlijk een nobele waarde om naar te streven. Maar deze zelfbeschikking neemt in het ideologisch kapitalisme van Rand al snel toxische, egoïstische vormen aan. Het is daarom niet gek dat deze individualistische theorieën vaak samengaan met hyperconservatisme en extreemrechtse hondenfluitjes. Extreemrechts verafgoodt real-life Randiaanse figuren, zoals Elon Musk en Andrew Tate, en framed ze door een nostalgische conservatieve lens. De mannelijke man als held van het kapitalisme wordt zo gekoppeld aan conservatieve waarden en normen in de angst van het verliezen van een zogenaamde eigen vertrouwde cultuur. Zelfbeschikking wordt zo over-geromantiseerd in een conservatief kapitalistische Amerikaanse droom. Maar hoeveel beschikking hebben wij over ons eigen lot, en wat wordt bepaald of beperkt in het systeem waarin we leven? Deze vraag over de rol van het individu in maatschappelijke ontwikkeling, heeft ook Marx en Engels beziggehouden. Dit wordt ook wel de “Structuur of Agency discussie” genoemd. Marx schreef hierover in 1852: “De mensen maken hun eigen geschiedenis, maar zij maken die niet uit vrije wil, niet onder zelfgekozen, maar onder rechtstreeks aangetroffen, gegeven en overgeleverde omstandigheden.”

De hierboven behandelde conservatieve rechtse theorieën staan daarmee dus haaks op het communisme. Niet alleen gaan ze voorbij aan de realiteit van de materiële omstandigheden, maar ze zijn er in de kern ook op uit om die materiële werkelijkheid te ontkennen en daarmee verdeeldheid te zaaien onder de werkende klasse. Onze hoop op een rechtvaardige samenleving ligt daarom niet in de zelfbeschikkende actie van het individu, maar in de samenwerking van individuen in het collectief. Echte kracht zit niet in het hyperindividualisme van Rand, Musk en Tate, maar de kameraadschappelijke revolutionaire samenwerking van een georganiseerde arbeidersklasse. Om met Engels te spreken: “Ik vrees echter dat noch de religieuze verknochtheid van de Britse, noch de bekering ‘post festum’ van de continentale bourgeois het opkomende proletarische getij zal kunnen keren.”

* Bronnen:


Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019