Blokkade door de Verenigde Staten van Amerika tegen Cuba

Redactie buitenland

De blokkade bestaat al bijna een halve eeuw. Het is de langst volgehouden blokkade in de menselijke geschiedenis. Meer dan 70 procent van de huidige bevolking van Cuba is geboren en heeft geleefd tijdens deze onrechtvaardige maatregel en heeft te lijden onder de consequenties ervan.

De Torricelli-act (1992) verbiedt dochterondernemingen van Amerikaanse bedrijven die voor derde partijen werken te investeren in, of handel te drijven met Cuba. Het betreft de handel in voedsel, geneesmiddelen en medische artikelen. Deze goederen omvatten in 1992 90 procent van de Cubaanse handel met Amerikaanse dochterondernemingen.

De Helms-Burtonwet (1996) heeft het embargo van de Verenigde Staten tegen Cuba nog verder uitgebreid. De wet breidde de territoriale toepassing van het embargo uit tot buitenlandse bedrijven die handel drijven met Cuba. Buitenlandse bedrijven die handel drijven met Cuba worden gestraft. De Helms-Burtonwet werd veroordeeld door de Raad van Europa, de Europese Unie, Canada, Mexico, Argentinië en andere bondgenoten van de VS die normale handelsbetrekkingen met Cuba wensen.

Onder de regering Bush heeft de blokkade ongekende proporties bereikt door middel van de verzwaring van een reeks wetten en reglementen. Beruchte voorbeelden daarvan zijn de oprichting door de Bush-regering van de belachelijke 'Commission for the Assistance to a Free Cuba' (Commissie voor Hulp aan een Vrij Cuba) en het belangrijkste document van deze commissie, het 'Plan for the Annexation of Cuba'(Plan voor de annexatie van Cuba), geactualiseerd in juli 2006, zijn daar beruchte voorbeelden van. Het laatst genoemde plan bestaat uit een combinatie van openbare en geheime economische en politieke maatregelen, bedoeld om op actieve wijze een regeringsverandering op Cuba te bewerkstelligen. Tevens richt dit plan zich op het onder druk zetten van andere landen om mee te doen aan de agressieve politiek van de VS tegen Cuba.

Gedurende 16 opeenvolgende jaren heeft Cuba dezelfde resolutie onder de aandacht gebracht van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, met de titel: 'De noodzaak van het beëindigen van het economische, commerciële en financiële embargo, door de Verenigde Staten van Amerika aan Cuba opgelegd'. Vorig jaar (2007) hebben 184 leden voor deze resolutie gestemd, wat een bijna unaniem bewijs vormt voor de afwijzing door de internationale gemeenschap van deze politiek tegen Cuba en van het doorvoeren van exterritoriale wetten die in strijd zijn met het Handvest van de Verenigde Naties, de principes van het Internationaal recht en de bepalingen die de economische, commerciële en financiële relaties tussen staten reguleren.

Vorig jaar (2007) hebben de Raad voor de Mensenrechten, het belangrijkste VN-orgaan gespecialiseerd in mensenrechtenaangelegenheden en de Algemene Vergadering van de VN besloten dat er een einde moet komen aan deze anti-Cuba acties, ontworpen en opgelegd door de Verenigde Staten, als voorwendsel om hun politiek van vijandigheid, blokkade en agressie tegen Cuba te kunnen versterken.

Er vindt een voortdurend debat plaats over de rechtmatigheid van de politiek van de regering Bush met betrekking tot Cuba. Dit debat heeft zich verhevigd sinds Fidel Castro de macht overgaf aan vicepresident Raúl Castro en nog meer sinds de laatste begin 2008 president van Cuba is geworden en de politieke en sociale stabiliteit op Cuba gehandhaafd blijft. Het aantal mensen, bedrijven en instellingen dat een normale commerciële, academische en culturele relatie met Cuba wil opbouwen neemt snel toe.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019